afscheid moeder – gedichten

 

AFSCHEID:

gedichten rond de dood – uit de bundel samengesteld na de dood van mijn moeder mei 1997 –  en toegevoegde nieuwe gedichten (plus enkele oorspronkelijke teksten van dichters)

Oorspronkelijke bundel downloaden Ook het water heeft een stem – gedichten afscheid van mijn moeder

fullsizeoutput_4a14

Het water

Vooraf bestaat het water.
Achteraf bestaat het water;
het duurt, het duurt voort.

– Het water van het meer?
– Het water van de rivier?
– Het water van de zee?

Nooit water op water.
Nooit water voor water;
water echter, waar geen water meer is;
water echter in de dode herinnering van het water.

Leven in de levende dood
tussen de herinnering aan het water en het
vergeten ervan,
tussen
de dorst en de dorst.

Het water treedt binnen:
ceremonieel.
Het water grijpt om zich heen,
het vloeit:
vruchtbaarheid.

 

 

Steeds water voor water.
Steeds water op water.
Overvloed.

– de woestijn was mijn land.
De woestijn is mijn weg,
mijn dwalen.

Steeds tussen twee horizons;
tussen de horizon en
het roepen van de horizon.
Hiernamaalsgrens.

Het zand glinstert als water
in onstilbare dorst.

Kwelling, door de nacht tot rust gebracht.

Onze stappen besprenkelen de dorst.
Afwezigheid.

– Het water van het meer?
– Het water van de rivier?
– Het water van de zee?

Spoedig komt de regen,
om de ziel van de doden te wassen.

 

 

Laat de afgebrande schaduwen voorbij,
de morgenstonden met de geofferde bomen.
Walm. Walm.

(Schreeuw eens als vruchten,
als bloesem,
als bladeren
en hun lange uitgestrekte armen.)

Elke arm zijn horizon.
Elke bloesem, elke vrucht
haar jaargetijde.
Het blad zijn neiging.

De hemel kijkt neer op de aarde.
Schrijven wil zeggen, de woorden uitlopen laten,
om de bodem te bevloeien.
Elke zin bestaat uit regen
en uit licht.

Ik schrijf de woestijn.
Zo sterk is het licht,
dat de regen zich vervluchtigd heeft.

Er blijft alleen het zand,
waar ik wandel.

Edmond Jabès

 

stok 05

MELANCOLIA

Toen ik door het maanlicht liep
En de paden meed,
Bang, dat ik den tuin, die sliep,
Wakkerschrikken deed

Door het ritselend gerucht
Van mijn kleed en voet-
De oude boomen! die een zucht
Wakkerschrikken doet.

Toen ik naar den vijver ging
Door het korte gras,
Naar den boom die overhing
In den vijverplas,

Waar het water inkt geleek,
En zoo roerloos sliep,
Of het oog in ’t duister keek
Van een peilloos diep,

Waar het windgefluister klonk
Door het popelblad…
Weet gij, wie op d’ elzentronk
Mij te wachten zat?

Vleermuisvleugelige vrouw,
Die mij ’t eeuwig jong,
’t Eeuwig oude lied van rouw
Vaak te voren zong,

Tot ik in den maneschijn
Zacht heb meegeschreid
Met het eeuwenoud refrein:
“Alles ijdelheid.”

Hebt ge hier op mij gewacht,
Denkend, dat ik sliep?
Hebt gij zóó aan mij gedacht,
Dat uw geest mij riep,

Dat ik staan kwam aan het raam
En onrustig werd
Door het roepen van mijn naam
Uit de lichte vert’?….

Toen ik u hier wachten vond
En met stillen schrik
In den peilloos diepen grond
Staarde van uw blik,

Toen ik zwijgend binnentrad
En in zwarte schauw
Uwer vleuglen nederzat,
Zwartgewiekte vrouw,

Heb ik, met uw hoofd gevleid,
Liefste aan mijn hart,
Zachtkens met u mee geschreid
Om der dingen ijdelheid
Om onze oude smart.

Jacqueline E. van der Waals

 

AFSCHEID

Een oogenblik voor het voorbije leven
Als voor ’t bewogen spiegelvlak te staan
Van rimplend water, dat met stadig beven,
Het beeld, eer het tot stand komt, doet vergaan,
Den vorm te zien, die in het water drijft,
Onzuiver zoo van kleuren als contouren,
Die, vluchtig bij het allerlichtst beroeren,
Geen wezen heeft, dat in zichzelf beklijft…

En heen te gaan – en niets dat achterblijft
Dan dingen, die wij meenden te bezitten,
En niet ons eigen waren, die als klitten
Nog hechten in de plooien van ons kleed,
Maar die wij van ons doen, zooals we leed
En bitterheid en zorgen van ons deden,
Als niet van ons, als dingen van ’t verleden…

Een oogwenk voor het vlottend watervlak te staan
En naar ’t verwarde spiegelbeeld te staren
Dat nog de trekken draagt, die de onze waren,
En stil en eenzaam heen te gaan.

Jacqueline E. van der Waals

Afscheid

Ik zie haar klein geworden schreden in de verte;
nog een kwartier en zij is aan de wateren;
ik kan het nu niet meer beletten.

Dwalende zal ik haar nagaan als de verten
haar hebben ingeademd uit mijn ogen;
de weg ligt van een heengaan overtogen;

wij zagen het onzichtbaar wenken.

G.Achterberg

 

IN PROFUNDIS

In dit bitter heldere, de dood,
kelder aan kelder grondlicht dwaal ik rond,
een zwemmer onder water, een verbond
met bodemen die nimmer zijn ontbloot.

Ik draag gestorven zonlicht in mijn mond,
waardoor, uit het weleer, de tijd
de beelden in de wanden bijt,
die wijken voor mij uit;
verbruikend deze zekerheid,
worden de woorden afgerond
tot eeuwigheid.

G.Achterberg

BLOEI

Vogels blijven ontwaken
tegen uw zwijgen in.

In tuinen tussen bloemen,
die al uw donker wraken
lig ik u te verzaken,
dag uit, dag in.

Maar elk ontkennen is u noemen
in den voor u volkomen zin.

G. Achterberg

PASAN TODAS, VERDES, GRANAS . . .
Tú estás allá  arriba, blanca.

Todas, bullangueras, agrias . . .
Tú estás allá  arriba, plácida.

Pasan arteras, livianas . . .
Tú estás allá arriba, casta.

JIJ

Allen gaan voorbij, groen, rood…
Jij bent daar boven, wit.

Allen strijdlustig, bars…
Jij bent daar boven, vredig.

Allen gaan voorbij, luchthartig…
Jij bent daar boven, rein.

J.R. Jiménez

MUERTO

QUEDà FIJO SU PESO:
un platillo en el cieno;
un platillo en el cielo.

DOOD

Zijn gewicht werd bepaald:
een schaal bleef in de modder;
een schaal bleef in de hemel.

J.R. Jiménez

MIJN MOEDER (fragment)

Heel klein was mijn moeder
als de pepermuntstruik, het gras.
Nauwelijks wierp zij een schaduw op de dingen, nauwelijks.
De aarde hield van haar,
omdat zij licht voor haar was,
omdat zij haar toelachte
in geluk en in verdriet.

De kinderen hielden van haar
en de ouden en het gras
en het licht, dat lieftalligheid bemint en haar zoekt
en haar vlijt.
Om haarentwille is het,
dat ik liefheb, wat niet naar trotse hoogten streeft,
wat zwijgend spreekt:
nederig, breedstammig kruid
en de geest van het water.

Wie vertel ik van jou
uit vreemde aarde?
De ochtend vertel ik over jou,
dat hij op haar gelijkt.
Op mijn eindeloze weg
vertel ik de aarde over jou.

Gabriela Mistral

DEPRESSION

I.

Nun schliessen sich wieder die Wege,
auf denen ich unterwegs war.
Es bleibt keine Frist mehr,
verloren zu gehen.

Die Erde entzieht sich meinen Schritten.
Ich sinke durch Sumpf auf eine Wolke,
die sich in keinen Himmel mehr hebt.

Ich höre nur noch das Gerausch
meiner Schritte,
die nicht mehr vorwärtskommen.
Ich steige hinunter, ich stapfe,
ein Schatten im Schatten.

DEPRESSIES

Nu sluiten zich weer de wegen,
waarop ik onderweg was.
Er blijft geen uitstel meer,
verloren te gaan.

De aarde onttrekt zich aan mijn schreden.
Ik zink door moeras op een wolk,
die zich in geen hemel meer verheft.

Ik hoor enkel het geruis
van mijn voetstappen,
die niet meer voorwaarts komen.
Ik daal af, ik stap zwaar
een schaduw in de schaduw.

II.

Ich habe das Tischtuch zerschnitten,
den Tisch zerbrochen,
der für mich gedeckt war,
aus Angst, zu essen, zu trinken.

Ich habe das Feuer zertreten,
das für mich geschürt war,
um nicht mit mir warm zu werden.

Ich habe den Schlaf zerschnitten
mit den Messern meiner Gedanken
an Schuld und Versagen und Reue,
aus Angst vor den Träumen.

Nun wache ich
zwischen den Scherben und Asche
im Kalten allein.
Nur noch die Sohlen brennen
und zischen im Tau,
der sie löscht.

Ik heb het tafelkleed kapot gesneden,
de tafel gebroken,
die voor mij gedekt was,
uit angst, om te eten, te drinken.

Ik heb het vuur vertrapt,
dat voor mij aangewakkerd was,
om niet met mij warm te worden.

Ik heb de slaap kapot gesneden
met het mes van mijn gedachten
aan schuld en mislukken en berouw,
uit angst voor de dromen.

Nu waak ik
tussen de scherven en de as
in de koude alleen.
Enkel de zolen branden
en sissen in de dauw,
die ze blust.

Wolfang Bachler

DE ZWARTE HERAUTEN

Er vallen klappen in het leven, zo’n harde.. . Ik weet niet!
Klappen als van Gods haat; alsof in hun aanschijn,
de branding van al het geledene
de ziel drassig zou maken… Ik weet niet!

Er vallen er weinig; maar ze vallen…
[ Ze trekken donkere groeven
in het hardste gelaat en in de sterkste rug.
Zullen ze misschien de veulens zijn van barbaarse attila’s;
of de zwarte herauten die de Dood ons zendt.

Het zijn de diepe vallen van de Christussen van de ziel,
van een aanbiddelijk geloof belasterd door het Lot.
Deze bloedige klappen zijn het geknisper
van een brood dat voor ons verbrand wordt
[ aan de deur van de oven.

En de mens… Sukkel… sukkel! Hij draait de ogen, zoals
wanneer een schouderklopje ons roept;
hij keert zijn dolle ogen, en al het geleefde
wordt drassig, als een poel van schuld, in onze blik.

Er vallen klappen in het leven, zo’n harde.. . Ik weet niet!

Cesar Vallejo

NIEDRIGWASSER. Wir sahen
die Seepocke, sahen
Die Napfschnecke, sahen
Die Nägel an unsern Handen.
Niemand schnitt uns das Wort von der Herzwand.

(Fährten der Strandkrabbe, morgen,
Kriechfurchen, Wohngänge, Wind-
zeichnung im grauen
Schlick. Feinsand,
Grobsand, das
van den Wänden Gelöste, bei
andern Hartteilen, im
Schill.)

Ein Aug, heute,
gab es dem zweiten, beide,
geschlossen, folgten der Strömung zu
ihrem Schatten, setzten
die Fracht ab (niemand
schnitt uns das Wort von der – -), bauten
den Haken hinaus – eine Nehrung, vor
ein kleines
Unbefahrbares Schweigen.

 

LAAGWATER. Wij zagen
de zeepok, zagen
de bekerslak, zagen
de nagels aan onze handen.
Niemand sneed ons het woord van de hartwand.

(Sporen van de strandkrab, morgen,
kruipgleuven, woongangen, wind-
tekening in het grauwe
slik. Fijnzand,
ruwzand, het
van de wanden losgeraakte, bij
andere hartdelen, in
de schil.)

Een oog, vandaag,
gaf het het tweede, beiden,
gesloten, volgden de stroming tot
hun schaduw, zetten
de vracht af (niemand
sneed ons hjet woord van de – – ), bouwden
een haak eruit – een smalle landtong, voor
een klein
onbevaarbaar zwijgen.

Paul Celan

 

STEHEN, im Schatten
des wundenmals in der Luft.

Für-niemand-und-nichts-Stehn.
Unerkannt,
für dich
allein.

Mit allem, was darin Raum hat,
auch ohne
Sprache.

 

STAAN, in de schaduw
van het litteken in de lucht.

Voor-niemand-en-niets-staan.
Niet herkend,
voor jou
alleen.

Met alles, wat daarin plaats heeft,
ook zonder
taal.

Paul Celan

Nocturne

De aarde voert door de aarde;
maar jij, zee,
voert door de hemel.

Met welke zekerheid wijzen de zilveren
en gouden lichten van de sterren
de weg! – Men kan zeggen,
dat de aarde de straat
van het lichaam is,
dat de zee de weg
van de ziel is.

Ja, het schijnt,
dat de ziel de enige reiziger
van de zee is; dat het lichaam alleen
achtergebleven is, daar, aan de oever,
zonder haar, nadat het tot ziens heeft gezegd,
plomp, zielloos, als dood.

Hoeveel lijkt
de zeereis op de reis in de dood,
in het eeuwige leven!

Juan Ramon Jiménez

Evenwicht

Wij gaan
ieder voor zich
de smalle weg
over de hoofden van de doden
– bijna zonder angst –
in het ritme van ons hart,
als waren wij beschermd,
zolang de liefde
duurt.

Zo gaan wij
tussen vlinders en vogels
in een verbazend evenwicht
naar een morgen van boomtoppen
– groen, goud en blauw –
en naar het ontwaken
van de geliefde ogen.

Hilde Domin

Nocturne

Diepe nacht en duisternis
En een lichtende glans op de zee,
En diep in mijn ziel, die onrustig is,
Een groot verlangen naar vree.

Dan wordt mij de zwarte onpeilbaarheid
Der duistere diepten tot
Het beeld van Gods verborgenheid,
Het groote mysterie van God.

Mij worden de lichtende wateren thans
Het beeld van mijn eigen ziel,
Waarin als een wonder de zachte glans
Van ’t godsverlangen viel….

De hemel heeft zijn licht gelaat
Gehuld in zwarte nacht,
Maar ruischend door het duister gaat
Een schijnsel, vreemd en zacht.

Mijn God verbergt mij Zijn aangezicht,
Maar de glans, die mijn ziel doorgloort
Als de vreugde die over de wateren licht,
Hij ruischt door het duister voort.

J. van der Waals

Tussen

jouw wenkbrauwen
staat je herkomst
een chiffre
uit de vergetelheid van het zand.

Jij hebt het zeeteken
afgebogen
verzwikt
in de schroefstok van het verlangen.

Jij zaait je met alle sekondenkorrels
in het onvoorstelbare.

De opstandingen
van jou onzichtbare lentes
zijn in tranen gebaad.

De hemel oefent aan jou
instorten.

Jij bent in de genade.

Nelly Sachs

 

 

 

In het ochtendgloren,
als een vogel het ontwaken oefent –
begint het verlangensuur van alle stof
dat de dood verliet.

O uur van geboorten,
ronddraaiend in pijnen, waarin zich de eerste rib
van een nieuwe mens vormt.
Liefste, het verlangen van jou stof
trekt bruisend door mijn hart.

Nelly Sachs

Zo stijgt de berg
mijn venster binnen.
Onmenselijk is de liefde,
verplaatst mijn hart
in de glans van je stof.
Zwaarmoedig-graniet wordt mijn bloed.
Onmenselijk is de liefde.
Nacht en dood bouwen hun land
naar binnen en naar buiten –
niet voor de zon.
Ster is een verzegeld avondwoord –
doorscheurd
van de onmenselijke opgang
van de liefde.

Nelly Sachs

Soms net als vlammen
jaagt het door ons lichaam –
als was het nog verbonden met de sterren
van het begin.

Hoe langzaam lichten wij in helderheid op –

 

Nelly Sachs

 

Later op deze website toegevoegd, maar niet in de oorspronkelijke bundel:

Weer

Maak weer
water uit mij

stromen wil ik
in de stroom

in de zee
uitmonden

Rose Ausländer

 

Schuimkoppen

Ik kijk naar de schuimkoppen, zo fijn,
zo verschillend van as.
Zoals iemand kijkt naar een lach, eentje,
waarvoor hij zijn leven zou geven,
en die hem kwelt en beschermt,
zo kijk ik nu naar de gepolijste schuimkoppen.
Het is het brosse en mooie gebeuren
van schaven, slijpen,
de overgave, die hen schept.
De gevangen pijn van de zee komt vrij in deze lichte vlechten;
onder de kiel, voor de dam,
daar, waar doorgroefde liefde is,
als op de aarde de bloem,
spuit het schuim. En in haar
breekt de dood binnen, in haar golf,
wordt de zee tot zee, zoals op de rots
van de liefdesgloed de man alleen meer man is,
aan gene zijde van elke daad:
in het melkuitstorten van het leven.
Over deze borstwering, deze rand van materie,
die bron is, niet uitloop,
buig ik mij nu, omdat de vloedstroom stijgt,
en daarin kenter ik, daarin verdrink ik
helemaal vol zwijgen, in volkomen acceptatie,
ongedeerd, nieuw geschapen
uit het onvergankelijke schuimen.

Claudio Rodriguez

 

In de vlucht

In de vlucht
de wijdte zoeken

waar alle woorden
verloren gaan

woorden vinden
die jou liefhebben

Rose Ausländer

 

 

 

stok 25

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s