Afscheid nemen van een dierbare

Afscheidstips

stok 04

De moeilijkste wegen

De moeilijkste wegen

worden alleen gegaan,

de teleurstelling, het verdriet,

het offer

zijn eenzaam.

Zelfs de dode die elk roepen beantwoordt

en geen verzoek verzaakt

staat ons niet bij

en ziet toe

of wij het redden.

De handen van de levenden die zich uitstrekken

zonder ons te bereiken

zijn als de takken van de bomen in de winter.

Alle vogels zwijgen.

Je hoort slechts je eigen voetstap

en de stap die je voet

nog niet is gegaan maar nog gaan zal.

Stil blijven staan en je omkeren

helpt niet. Er moet

worden gegaan.

Neem een kaars in je hand

als in de catacomben,

het vlammetje ademt nauwelijks.

En toch, als je lang bent gegaan,

blijft het wonder niet uit

omdat het wonder altijd geschiedt

en omdat wij zonder genade

niet kunnen leven:

de kaars vlamt op in de vrije adem van de dag,

je blaast hem lachend uit

als je de zon in treedt

en onder de bloeiende tuinen

de stad voor je ligt,

en de tafel in je huis

wit voor jou is gedekt.

En de verliesbare levenden

en de onverliesbare doden

het brood voor je breken en de wijn aanreiken

en jij hun stemmen weer hoort

heel dicht

bij je hart.

Hilde Domin

Uit het Duits vertaald door Kees Kok

 

“AFSCHEID NEMEN IS EEN KUNST”

Het verlies van een dierbare gaat je niet in de koude kleren zitten. Naast de pijn en het verdriet wacht een taak. Hoe neem je afscheid, hoe maak je het persoonlijk, wat wil je zelf bijdragen aan die laatste momenten dat je je dierbare in je midden mag hebben? Dat zijn geen makkelijke vragen, zeker als je hier nog nooit bij stil hebt gestaan.

Hoe neem je afscheid, is er ook ruimte en gelegenheid om de dierbare thuis op te baren? Hoe richt je dan de ruimte, de kamer in? Hoe persoonlijk wil je het maken. Wie is welkom, en wie niet. Hoe en hoeveel tijd wil je besteden aan de mensen die afscheid komen nemen? Wat bedenk je voor dit afscheid, welke muziek, welke bloemen in de ruimte, welke foto’s of welk schilderij?

Wie helpen je om gestalte te geven aan dit afscheid? Wie kun je vragen? En dan hoe verder met de begrafenis? Een viering met een religieus karakter of net niet? In een kerk of daarbuiten, een crematie of begrafenis…Kortom er moet veel worden geregeld en veel beslist in een paar dagen.

Afscheid nemen is een kunst omdat het veel fijngevoeligheid vraagt, veel takt en veel aanvoelen van de situatie en luisteren naar de mensen die met jou afscheid nemen. Luisteren ook naar datgene wat jij van binnen het meeste voelt en waar jij behoefte aan hebt. Daarvoor kun je raad en advies vragen bij ‘deskundigen’, mensen die vertrouwd zijn met afscheid nemen. Stellen die deskundigen je teleur omdat ze geen antwoord kunnen geven op je vragen, dan ben je aan het verkeerde adres en kun je vraagtekens zetten bij hun ‘deskundigheid’. Verspil er niet teveel tijd aan want het is vergeefse moeite. Je hebt wel wat beters te doen.

Als je hebt beslist hoe je afscheid wilt nemen, via een viering in een kerk (of daarbuiten) is het belangrijk om te weten hoe de spelregels zijn in sommige kerken en wie de voorganger is. Ook hier geldt: wat wil je zelf , en wat kan? Tegenwoordig moet je je aanpassen aan allerlei regels en eisen – in sommige kerken mogen geen cd’s worden gedraaid, geen “ingeblikte muziek”, wordt er dan gezegd. Dat zou de rite verstoren, de liturgie verstoren. Ook geen populaire muziek, geen smartlap etc. Besef dat het vaak zinloos is om een strijd hierover te voeren omdat de voorganger in kwestie toch niet van mening verandert. Dus zoek elders je heil. Of pas je aan met het gevolg dat je spijt krijgt omdat het ook anders kan.

Stel dat je de mogelijkheid hebt om heel persoonlijk en op een creatieve wijze afscheid te nemen. Heb je die kans niet, probeer hem dan te creëren door zelf op zoek te gaan naar een ruimte en naar begeleiding als je die nodig hebt. Als je zover bent kun je ook je ideeën op tafel leggen. Besef dat afscheid nemen ook een proces is. Het is een proces in fasen. Een van die fasen is het moment van afscheid nemen zelf, het moment dat je dierbare overleed. De tijd die vooraf ging, de tijd die meteen daarop volgt. Een volgende fase is de tijd tussen overlijden en begraven of cremeren. Dan volgt de fase van de begrafenis zelf. En dan de tijd die komt ná de dood, ná de begrafenis. Dat is een lange fase die jaren kan duren.

Al die fasen hebben een eigen dynamiek en eigen kenmerken. Als je stilstaat bij de begrafenis, het moment van samen afscheid nemen, een definitief afscheid van het lichaam van je gestorven dierbare, van de persoon die hij of zij was, dan is dat eigenlijk een samenvatting van al die fases in het klein. In een notendop kunnen al die gevoelens klinken die optraden en optreden voor, tijdens en ná de dood.Bij het afscheid kun je daar aandacht aan schenken. Hoe het was voor die tijd van sterven, tijdens het sterven en vlak erna. En je kunt alvast een blik vooruit werpen op de toekomst die staat te wachten.

Via teksten, liederen, gedichten kun je de persoon belichten en de gebeurtenissen beschrijven, en vooral het effect van wat er gebeurt is op jouw leven en het leven van de mensen om je heen. Begraven is eigenlijk al tastend en zoekend betekenis geven aan een nieuwe situatie. Meestal is dat aarzelend, verkennend, en blijft het bij een poging. Als je in die poging maar beseft dat je gevoel heel belangrijk is en dat het gevoel graag gehoord wil worden.

Bij het afscheid kun je kenmerkende eigenschappen van je dierbare centraal stellen en daar de viering om heen bouwen. Wat was typisch voor hem of haar, en wat heeft hij of zij voor jou betekend. Probeer het maar eens samen te vatten in een paar woorden, dan zul je merken dat je al heel snel een thema hebt voor het afscheid. Sprekers, teksten, liederen kun je dan in een kader plaatsen. Luidt het thema bijvoorbeeld zorgzaamheid als typisch kenmerk van de overledene, maak die zorg dan zichtbaar. Laat ook zien wat het effect is van die zorg, en hoe van jouw kant een antwoord kwam op die zorgzaamheid. Op die wijze kun je rond elk thema ideeën verzamelen en uitwerken, en anderen, nabijstaanden uitnodigen mee te denken en hun bijdrage te leveren.

Daarna is het een kwestie van uitwerking, invulling en regelen. Besef wel: hou het dichtbij, bij je gevoel, en het gevoel van al die anderen die afscheid komen nemen en die verdriet hebben en met je rouwen. Besteed geen tijd aan mensen die niet betrokken zijn, die je niets zeggen en die niets te zeggen hebben omdat ze onverschillig staan tegenover wat er gebeurt

Abschied

Wie hab ich das gefühlt was Abschied heißt.

Wie weiß ichs noch: ein dunkles unverwundnes

grausames Etwas, das ein Schönverbundnes

noch einmal zeigt und hinhält und zerreißt.

Wie war ich ohne Wehr, dem zuzuschauen,

das, da es mich, mich rufend, gehen ließ.

Zurückblieb, so als wärens alle Frauen

und dennoch klein und weiß und nichts als dies:

Ein Winken, schon nicht mehr auf mich bezogen,

ein leise Weiterwinkendes -, schon kaum

erklärbar mehr: vielleicht ein Pflaumenbaum,

von dem ein Kuckuck hastig abgeflogen.

Rainer Maria Rilke

Het onvertaalbare lied

De eigen hand als kussen nemen.

De hemel doet dat met zijn wolken,

De aarde met haar kluiten

En de boom, die met zijn

Eigen bladeren valt.

Alleen zo kan men het lied

Zonder afstand horen,

Het lied dat niet in het oor gaat,

Omdat het in het oor is,

Het eeuwige lied, dat zich niet herhaalt.

Elk mens heeft

een onvertaalbaar lied nodig.

Roberto Juarroz

Ontbinding

Het donkert, en het lokt mij niet

Zelfs naar een lamp te tasten.

Waar het de dag te eindigen behaagd heeft,

aanvaard ik de avond.

En daarmee aanvaard ik dat opstaat

Een andere orde van wezens

En van dingen niet verbeeld.

Armen gekruist.

Ledig van wat wij beminden.

Is de hemel weidser. Bevolkte plaatsen

Doemen in de leegte op.

Woon ik in een ervan?

En ik onderscheid zelfs niet mijn huid

Van het toevloeiend duister.

Een unaniem eind concentreert zich

En toeft in de lucht. Aarzelend.

En deze agressieve geest

Die de dag met zich sleept,

Drukt nu niet meer. Zo vrede,

Verbrijzeld.

Zal zij duizend jaren duren, of

Doven met de kleuren van de haan?

Deze roos zij is definitief,

Al is zij schamel.

Fantasie, valse waanzinnige,

Alreeds veracht ik u. En ook u, woord.

Op de wereld, eeuwige doorreis,

Zwijgen wij.

En zonder ziel, lichaam, zijt ge zacht.

Carlos drummond de Andrade

(vert. A. Willemsen)

 

NIET MET BRANDENDE KAARSEN

STEEKT MEN DE WERELD AAN

MAAR MET BRANDENDE HARTEN

Peter Lippert

 

 

Huye del sol el sol, y se deshace

La vida a manos de la propia vida ;

Del tiempo que, a sus partos homicida,

En mies de siglos las edades pace,

Nace la vida, u con la vida nace

Del cadáver la fábrica temida.

¿teme, pues, el hombre en la partida,

si vivo estriba en lo que muerto yace ?

Lo que pasó ya falta ; lo futro

Aún no se vive ; lo que está presente

No está, porque es su esencia el movimiento.

Lo que si ignora es sólo lo seguro ;

Este mundo, república de viento

Que tiene por monarca un accidente.

Gabriel Bocángel

1603-1658

 

De zon vlucht voor de zon, en leven doet

Niet anders dan het leven zelf ontbinden;

Vanuit de tijd, die eeuwig zijn gebroed

Geslachten na geslachten blijft verslinden,

Ontstaat het leven, en gelijk begint de

Ontluistering die ons karkas doorwroet.

Wat vreest de mens nog dat hij sterven moet,

Als hij slechts bij wat heen is steun kan vinden?

Wat is geweest, is weg; de toekomst is

Nog niet in leven, en wat nu bestaat,

Bestaat niet echt, omdat er niets beklijft.

Alleen wat wij niet weten is gewis;

De wereld, een op wind gestoelde staat

Waarin toevalligheid de wet voorschrijft.

Vert.: J.P Rawie

 

Changement de decor

Zodra de dag als een dreigbrief

In mijn kamer wordt geschoven,

Worden de rode zegels van de droom

Door snelle messen zonlicht losgebroken.

Huizen slaan traag hun bittere ogen op

En sterren vallen doodsbleek uit hun banen.

Terwijl de zwijgende schildwachten,

Nachtdroom en dagdroom, haastig

Elkaar hun plaatsen afstaan,

Legt het vuurpeloton van de twaalf

Nieuwe uren bedaard op mij aan.

Ellen Warmond (1930)

Epicurus

Dood, om maar iemand te noemen,
hoeft ons geen angst aan te jagen:
zijn wij er, hij kan er niet zijn dan,
is hij er, ontbreekt het aan ons.
We sluiten elkaar prachtig uit.

Dit is, E. te A., slim bedacht
en het helpt – tot op heden – nog ook
om de angst voor het eigen weg moeten
in eigen hoofd te houden.
Er is dus al heel wat gewonnen.

Maar ook liefsten zijn sterveling;
niet zelden neemt Dood hun plaats in.
Heb je daar ook al wat op gevonden,
hoe ik dat geen ramp hoef te vinden?

Want je weet, doodgaan is pas echt erg
voor wie juist met z’n drieën nog was:
Dood, Wie-er-mee-moet en Blijver.

Voor Dood is het maar zichzelf.
Voor Wie-mee-moet is het maar doodgaan.
Maar Blijver is lang heel erg leeg.

Zijn wij er, Dood is er niet.

Is Dood er, ontbreekt het aan ons.

Anton Korteweg

(Vrij naar Epicurus)

Beroemde laatste woorden

En had ik nog één woord over,

het was een meeuw te zijn,
in het kielzog van zwetende matrozen
gevaarlijk dicht over de schroef te zweven
en krijsend te klapwieken
over een zee die ik de mijne noemen zou.

Of de zoomlens
in het fototoestel van de pornofotograaf.

Of jou te zijn,
in jou de dag door te komen
en door jouw ogen te zien
wat ik niet zien kan.

Daniel Franck

DE ENGELEN

Zij hebben allen moede monden

en heldere zielen zonder zoom .

En een verlangen (als naar zonde)

speelt hen soms parten in hun droom.

Bijna hetzelfde zijn zij allen;

en in Gods tuinen zwijgen zij

als vele, vele intervallen

in zijn gezang en heerschappij.

Alleen als zij hun vleugels spreiden

zijn zij de wekkers van een wind:

als keerde God met zijn twee brede

beeldhouwershanden de bladzijden

in het donkere boek van het begin.

Rainer Maria Rilke

Uit: Buch der Bilder I, 1

Vertaling: Kees Kok

 

De dageraad

Met donkere kleuren
komt het zeelandschap tot stand.
De dingen dromen. Bij het opkomen lijkt
de dageraad een zeepbel boven de zee.
En het leven is nauwelijks meer
dan een wonderbaar verpozen van bootjes
op de zachte rust van het zand.

José Gorostiza

 

Deze bomen voelen zich niet goed met minder hemel,
deze stenen voelen zich niet goed onder de vreemde voetstappen,
deze gezichten voelen zich alleen maar goed in de zon,
deze harten voelen zich alleen maar goed in de gerechtigheid.

Dit landschap is hard als het zwijgen,
het drukt zijn zwartgebrande stenen tegen zijn hart,
drukt naar het licht zijn verweesde olijven en zijn wijnranken,
drukt zijn tanden opeen. Er is geen water. Alleen licht.
De weg loopt verloren in het licht en de schaduw van de omheining is ijzer.
Versteend zijn de bomen, de stromen en de stemmen
in het kalkwit van de zon.
De wortel stoot op het marmer. De bestofte struiken.
De muilezel en de rots. Ze hijgen. Er is geen water.
Allen hebben dorst. Jaren reeds.
Allen kauwen een mondvol hemel bovenop hun bitterheid.
Hun ogen zijn rood van slapeloosheid,
een diepe lijn staat gegrift tussen hun wenkbrauwen
zoals een cipres tussen twee bergen bij zonsondergang.
Hun hand zit gekleefd aan hun geweer
hun geweer is het verlengstuk van hun hand
hun hand is het verlengde van hun ziel –
op hun lippen trilt hun woede
en ze dragen hun verdriet zeer diep in hun ogen
als een ster in een kuiltje vol zeezout.
Als ze hun vuisten ballen, is de zon er zeker voor de wereld
als ze glimlachen, vliegt er een kleine zwaluw
uit hun wilde baard als ze slapen, vallen er twaalf sterren
uit hun lege zakken als ze sneuvelen, trekt het leven
de helling op met vlaggen en tamboeren.

Zoveel jaren hebben ze allen honger, hebben ze
allen dorst, sneuvelen ze allemaal belegerd
vanuit vasteland en zee, de hitte vrat aan hun velden
en het zilt drenkte hun huizen de wind rukte hun deuren uit en
de schaarse paaslelies op het plein door de gaten in hun
overjas komt en gaat de dood hun tong is bitter als de pijnappel
hun honden zijn gestorven opgerold in hun schaduw
de regen geselt hun gebeente. Bovenop hun uitkijkpost
versteend roken ze de mest en de nacht starend naar de
razende zee die de gebroken mast van de maan heeft opgeslokt.
Het brood is op, de kogels zijn op,
nu laden ze hun geweren alleen nog met hun hart.

Zoveel jaren belegerd vanuit vasteland en zee
hebben ze allen honger, sneuvelen ze allemaal
maar er is niemand dood –
bovenop hun uitkijkpost schitteren hun ogen
een grote vlag, een groot en dieprood vuur
en iedere morgen vliegen duizenden duiven
uit hun handen naar de vier deuren
van de horizon.

Yannis Ritsos

 

Anche gli alberi un tempo erano croci

Anche gli alberi un tempo erano croci

Appesi ai rami d‘ombra agonizzavano

i miei fratelli, il sole dentro gli occhi.

Perduta era dell’anima l’effigie

umana, sconosciuta ogni parola

d’amore era tra i simili, scomparso

tutto dell’uomo il seme e la misura.

Tutto passò in dilirio: la memoria,

torbido lago ove affluisce il cuore,

sarà specchio d’immagini e di nomi.

Torno a scoprire i morti ad uno ad uno,

incustodite ceneri, a ridire

il nome dei compagni come in una

segreta antologia.

EIio Filippo Accrocca

 

Auch die Bäume waren einmal Kreuze

Auch die Bäume waren einmal Kreuze. An den Schattenzweigen

hängend, waren meine Brüder am Sterben, die Sonne in den Augen.

Verloren war der Seele menschliches Ebenbild, unbekannt war

jedes Liebeswort zwischen den Nächsten, verschwunden ganz des

Menschen Same und Maß.

Alles ging vorüber im Wahn: das Gedächtnis, ein trüber See, wo

das Herz hinströmt, wird Spiegel von Bildern und Namen sein.

Ich kehre zurück und entdecke die Toten einen um den andern,

unbewachte Asche, und sage die Namen der Genossen auf wie eine

geheime Anthologie.

Vertaling Franco de Faveri/Regine Wanknecht

 

stok 29 100x70

1 thought on “Afscheid nemen van een dierbare”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s