Oneindigheid

Oneindigheid – God zijn oneindigheid teruggeven

“Uiteindelijk blijkt het denken geen rust te vinden rondom een middelpunt dat telkens zijn leegte onthult, maar alleen binnen de horizon van zijn eigen oneindigheid. Niet het centrum, maar de horizon is het die het denken concentreert, niet het rustpunt, maar de ruimte rondom een voorlopig centrum. De waarheid ligt niet in het midden, maar in de periferie.
De dingen ontploffen in het denken tot ruimte. Niet in de beperktheid van het centrum, maar in de oneindigheid van een wijkende horizon is rust.
De vraag is, wat deze rust is. Zij zou te omschrijven zijn als een berusting in een oneindige belangeloosheid. Een ander woord is moeilijk te vinden voor de houding, waartoe het denken leidt. De belangeloosheid gaat dus verder dan het denken. Hier komt een ethisch element in de beschouwing. Het komt daar niet van buiten af bij als een kracht die de chaos moet tegenhouden, maar als effect van de ontmoeting met een grens, waarachter een gebied ligt, dat om een andere houding vraagt.”

C. Verhoeven, Rondom de leegte, Utrecht z.j. (Ambo) p. 190

 

God is een fenomeen – en dat is eigenlijk al te veel gezegd, want het begrip fenomeen drukt iets uit over God dat toebehoort aan onze fenomenale wereld – en als begrip (zowel God als fenomeen) werpt het niet anders dan valstrikken op, waarin ons denken hopeloos vastloopt. Omdat ons denken talig is, op taal berust en zich via taal uit (anders is het lastig communiceren) schiet het steeds te kort om een taal te vinden die deze ervaringen uit kan drukken – zowel het mislukken zelf – van het denken over God, de uitdrukking ervan en het denken zelf als denken en de talige verwoording daarvan. Ik stel dus dat het denken tekort schiet en dat de verwoording ervan tekort schiet.
“Het is onmogelijk te denken zonder door paradoxen te waden; en wie die paradoxen voortijdig wil oplossen en gladstrijken, is geen denker. Wie over god denkt zonder zich in paradoxen te verstrikken, is een afgodendienaar. Want god is de grote motor van het denken. En het denken begint als negatie.” (pag. 177) Zo de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven in 1956, als hij in het essay ‘Rondom de leegte’ spreekt over God als leegte waar het denken omheen cirkelt. Spreken over God noemt hij dan ook fraseologie, een verzameling frasen die niet de werkelijkheid dekt. Wat God is en wat er over God gezegd kan worden (Verhoeven spreekt over God met een kleine letter als god) is mensentaal en kan nooit de pretentie hebben om samen te vallen met God zelf. Als die pretentie wel aanwezig is, is er eerder sprake van afgodendienst want dan wordt God/god vastgelegd op zijn omschrijvingen.

Marc Alain Ouaknin, een Franse rabbijn en filosoof, noemt elke omschrijving van God een inbreuk op de oneindigheid van God – zijn oneindigheid wordt door betekenissen die vast komen te liggen, door interpretaties en omschrijvingen opgeheven en ingeperkt. Het gouden kalf is het resultaat. Verhoeven zit op dezelfde golflengte en onderschrijft het paradoxale karakter van het denken als het over objecten van denken gaat. Oneindigheid is een kenmerk van het denken omdat het object van het denken ‘fragwürdig’ en paradoxaal blijft, dat wil zeggen niet in omschrijvingen vast te leggen die definitief zijn of die aanspraak maken op absolute geldigheid alsof het hier een vorm van eeuwige waarheid betreft. Zeer zeker geldt dit ten aanzien van het denken over God. Verhoeven schrijft over het denken in het algemeen en over de vrijheid van dit denken het volgende:
“Het denken bemoeit zich met de identiteit van de dingen, maar alleen als vraag en paradox. Het denken kan niets denken waardoor het tot stilstand gebracht zou worden; daarom moet het aan alles wat het denkt de dimensie van oneindigheid geven. Wanneer men zegt, dat de mens alleen kan denken en begrijpen wat hij zelf gedacht heeft, dan betekent dit vooral, dat het denken zichzelf tot object heeft, dat het de dingen alleen maar kan denken als gedacht, niet dat daaruit praktische conclusies te trekken zouden zijn. Het denken leidt niet tot conclusies; een menselijke activiteit, die objecten bereikt en ingrijpt in het bestaan ervan is geen denken, maar bv. kunnen, kennen, weten, rekenen, maken. Het denken is geen activiteit, die tot resultaten leidt. De ‘resultaten’ van het denken zijn vrijblijvend, fixeren het denken niet en ontnemen het zijn vrijheid niet.” (pag. 178)

Denken dat waarheden onthult, dat achter de dingen kijkt en denkt zo te moeten melden hoe de dingen definitief zijn, hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, of hoe God is en hoe we hem moeten verstaan, is een vorm van liegen en van kortzichtigheid. Hier is eerder sprake van ideologie en vooroordelen, van een te kort door de bocht willen denken.
In feit zijn algemeenheden altijd leugens. Ze doen tekort aan het unieke karakter van het object, de concrete mens, het concrete proces, de situatie, de omstandigheid. Er bestaan in werkelijkheid geen algemeenheden. Algemeenheid is de werkelijkheid van een wiskundige formule, maar dat is wat anders dan denken. Verhoeven schrijft over het denken als beweging en hij zegt” “Denken is louter beweging, die om de dingen heen gaat en hun autonome bestaan niet raakt. Het is inhoudloos, wanneer men inhoud verstaat als betrokken op een objectieve orde. De inhoud van het denken is de denkbeweging zelf; het kan zich niet buiten die beweging denken. Alleen de inspanning tot denken geeft er inhoud aan. Dat kan ook zo gezegd worden: alleen als poging kan het denken blijven wat het is: een oneindige beweging. Door iedere voortijdige bevestiging wordt het lamgelegd. Daarom is iedere wijze van ontmaskerend denken tot onvruchtbaarheid gedoemd. Ontmaskeren is het ongeduld van het denken, een poging om heel kort te denken.” (pag. 178)

Zoals men God/god zijn oneindigheid kan afnemen of inperken door omschrijvingen, beschrijvingen en definities, zo kan men ook de oneindigheid van de mens inperken en vernietigen. De vastlegging van de mens in een naam, in omschrijvingen van kenmerken, als nummer, als onderdeel, als individu in een verzameling, etc. etc. het zijn allemaal vormen die de concrete mens verslaven en dwingen om binnen die omschrijving zich aan te passen. Je bent meer dan je naam, dan je omschrijving en je toebehoren aan een cohort. Je bent meer dan een verzameling data verkregen met slimme alogoritmen. Je bent meer dan een burger van een land, een bewoner van een stad of dorp, een lid van een stam, clan, onderdeel van een ras, etc. etc. Je hebt een naam boven alle namen: jezelf – zelf – een identiteit die verder reikt dat elke omschrijving. Geen enkele definitie doet je recht. Aanpassing aan definities is dan ook een vorm van ‘zelf’gekozen slavernij. Je ontneemt jezelf de kansen en de mogelijkheden om oneindig te zijn, om interpretatie op interpretatie te laten volgen zonder ooit aan een einde te komen. De horizon wijkt altijd. Je bereikt hem nooit. Vrijheid is je gegeven als je die niet verkwanselt aan een naam of aan een definitie die met jou moet samenvallen. Dat geeft te denken: vrijheid die hier voor het oprapen ligt en die wezenlijk onderdeel uitmaakt van je leven, van je ex-sistentie, van je zelfbewustzijn. God en de mens “in einem Bund” – verbonden, in een bondgenootschap – omwille van de oneindigheid die beiden draagt. Mooi toch!

John Hacking
27 juni 2017

 

L1200233

Advertenties

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s