Toegewijd aan Gods oneindigheid

Mozes

Op een dag maakt een woord je wakker, het wekt je, het neemt je mee, het bevraagt je en verleidt je. “ Dat schreef Marc Alain Ouaknin, een Franse Rabbijn in ¿ God, de kunst van het vissen. Als je op een dag wakker bent gemaakt door een woord, gewekt, je leest verder, je gaat op zoek, je bent geraakt, het neemt je mee, dan is er geen houden meer aan, dan moet je verder. Dan sleurt de passie je mee die opeens in je opvlamt. Een herkenning, een soort van thuiskomen ervaren, hier gebeurt iets bijzonders, iets unieks, iets wat mij kan en zal gaan dragen, in mijn leven, in wat er ook komen zal. Dat gevoel, die ervaring,  die beleving van een tekst, een woord, een gebeurtenis kan je overkomen als je aan het lezen slaat.  Fernando Pessoa, een dichter, schrijft: lezen wil zeggen, door een vreemde hand dromen.

Zo ben ik mijn leven lang al geraakt door getuigenissen. Getuigenissen van bijvoorbeeld gevangenen, van mensen in moeilijke omstandigheden, over hoe ze het vol hielden, zelfs met de dood voor ogen.  Wat is dit – waardoor vinden zij de kracht om er niet aan onderdoor te gaan? Soms is het een psalm of een gedicht, soms een tekst uit de vijf boeken van Mozes, die hun draagt. Het zijn teksten die je bij blijven. Je nieuwsgierigheid is gewekt. Als teksten zulk een kracht hebben om het in de meest moeilijke omstandigheden uit te houden, dan moeten de woorden toch wel heel krachtig zijn, heel veel vuur bevatten, heel erg kunnen inspireren. Hetzelfde ervaar ik ook in gedichten van dichters die mij aanspreken. Dat zijn altijd dichters die over de ernst van het leven dichten, de hoogte en de dieptepunten, de eindigheid en de dood en de glorie, de verborgen heerlijkheid van een afwezige/aanwezige God. Ben je eenmaal geraakt, ben je wakker gekust door een woord, dan ben je verkocht.

Zo is Mozes verkocht als hij spreekt met God bij het brandende braambos. Zijn aandacht is gevangen en hij stemt in met het pad dat God voor hem heeft uitgestippeld. De man die moeilijk uit zijn woorden komt wordt tot leider, losser gemaakt van het volk. En nu, vandaag, mag hij het een tweede keer proberen: de verbrijzelde tafelen van de wet opnieuw maken en laten beschrijven door de ‘vinger Gods’. Het gouden kalf is niet het definitieve einde van het volk. En Mozes recht zijn schouders. We zien het als het ware voor ons. In de Joodse traditie heeft Mozes als gezaghebbende stem een zelfde status als Jezus in onze traditie – behalve dan dat wij Jezus ook Zoon van God noemen – en dat God zelf in hem aan het licht komt. Maar dat is vanuit christelijke optiek gedacht. Vandaag concentreer ik mij op Mozes en op hoe God met hem praat. Maar vooraf wil ik enkele tekstuele opmerkingen maken – hoe deze tekst gelezen kan worden – mag worden – zou kunnen worden. U hoort het al: er is veel mogelijk. Marc Alain Ouaknin schrijft: “In de Talmoed, (het uitgebreide commentaar op bijbelteksten en op de traditie), gaat het er niet om de tekst beter te begrijpen, of God beter te begrijpen: dat zou een manier zijn om zich God toe te eigenen, het oneindige op te sluiten. Nee, het gaat erom de tekst zo te interpreteren dat het woord dat hij bevat – en dat enig is – op een meervoudige manier begrepen wordt. En het is die meervoudigheid die vrijheid wordt, van God en de mensen.” Einde citaat.

Je zou dus kunnen zeggen: lezen, interpreteren heeft een opdracht, namelijk God zijn oneindigheid teruggeven…Loopt die oneindigheid dan gevaar, loopt God het gevaar opgesloten te worden in onze interpretaties, in onze verklaringen, in ons denken en handelen? Ik vermoed van wel. Allen die handelen in naam van God en dan aan het moorden slaan,  hebben dit niet begrepen: zij verkrachten Gods oneindigheid en daarmee ook de mensen en het leven dat zij vermoorden! Als dit inzicht binnenkomt, als het kwartje valt dat wij pas vrij zijn als wij geen enkele betekenis absoluut maken, tot laatste waarheid, dan worden wij werkelijk vrij, dan ervaren wij die vrijheid letterlijk aan den lijve. Dat is iets wat ik in mijn sabbatical mocht ervaren: hoe vrij kun je en mag je zijn om te interpreteren, om jouw kijk toe te passen, op te schrijven, aan anderen mede te delen. Heerlijk, die ruimte, die geestelijke ruimte.

Mozes staat op de berg. De Ene, daalt neer in een wolk naast hem. God trekt voorbij aan zijn aanschijn en roept uit… De commentatoren zijn het er niet allemaal over eens wie hier spreekt. Is het God zelf die uitroept, of is het Mozes die uitroept. Ik laat het in het midden. In de tekst staat nog een bijzonderheid: God spreekt als Mozes een pleidooi heeft gehouden voor zijn volk – een gemeente hard van nek – dat God in hun midden met hen mee moge trekken, de volgende woorden: ‘hier ben ik’. Dat is bijzonder. Bijna alle vertalingen zeggen: zie hier, of zie, of vrij vertaald, kijk hier…maar de Naardense bijbel zegt: ‘hier ben ik’! Dezelfde woorden waarmee Abraham antwoord geeft op God als Hij hem roept. Hineni – het staat er niet helemaal letterlijk hetzelfde in de tekst – maar het lijkt erop. Hineni, het zijn ook de woorden uit een lied van Leonard Cohen, op zijn laatste Cd. Cohen, letterlijk, priester – die hier antwoordt, die klaar is om voor God te staan! Dat vind ik ontroerend, dat raakt mij tot in het diepst van mijn ziel.  Dat antwoord van Cohen, van Abraham, en van God. God die er helemaal is. Die in de verkondiging van zijn Naam aan ons geeft wat Hem drijft. God, de Ene, de eeuwige, Adonai, Heer, Jahweh, Er (in het Duits bij Buber/Rosenzweig) en  hoe de vertalingen, ook allemaal mogen luiden – Hij, de Naam, Hashem, roept uit dat zijn Naam luidt: ontferming, genade, lankmoedigheid, overvloed van vriendschap, overvloed van trouw – voor duizenden; onrecht verdragend, overtreding, zonde maar pas straft bij hardnekkigheid…

Als wij door die Naam en door de werkelijkheid waar hij voor staat geraakt worden, aangeraakt, dan is dat een prachtig cadeau.  Een mooier cadeau kun je je eigenlijk niet wensen als gelovige. De naam van God nodigt je uit – nodigt je uit om jezelf te laten kennen. Te laten noemen bij je diepste naam. Tot in je diepste kern. In je diepste wezen! Dat is wat zich hier afspeelt – het is géén beschrijving van een fictieve gebeurtenis. Het is géén gelovige oproep, om God te duiden met eigenschappen,  het is niet relatief omdat het misschien geen historische gebeurtenis is maar het is openbaring in de waarste zin van het woord. God openbaart zichzelf in zijn Naam. Zijn Naam wordt hier present.  Een Naam als een uitnodiging om zijn weg te gaan: De weg van de Thora, de geboden weg.  God volgen is zijn Thora volgen – en volgens de Joodse mystieke traditie wordt dit zeer radicaal opgevat: God en zijn Thora zijn hetzelfde. Ze vallen samen. God is te vinden in zijn Thora. Dat is de plek, de plaats, de ruimte om hem te vinden en de sabbat is de tijd om,  elke keer weer op zoek te gaan, de diepte in, duiken in de teksten! Daarom is de sabbat apart gezet, een monument in de tijd, een moment voor God en voor jezelf – je inspiratie, je geestkracht, je diepe bronnen – daarom is de sabbat heilig. Heilig de sabbat zodat, opdat je jezelf kunt heiligen – apart zetten, namelijk toewijden. Een toegewijd mens wordt gedragen, zijn toewijding draagt hem. Ook in moeilijke momenten. Precies in moeilijke momenten! Mozes laat dat zien, Jezus laat dat zien. Toewijding is niet meer en niet minder: Jezelf toewijden, toewijden aan het woord, aan de Naam die tot jou spreekt. Dan wordt je leven een toegewijd, een gewijd leven, mooier kan het toch niet? Amen.

Gelezen: Exodus 34,1-10 (Naardense Bijbel)

De Ene zegt tot Mozes: hak je twee stenen platen uit, als de eerste; schrijven zal ik op die platen de woorden die geweest zijn op de eerste platen, die je hebt verbrijzeld.

Wees tegen de ochtend gereed; opklimmen zul je in de ochtend naar de berg Sinaï, posteren zul je je dáár voor mij, op de top van de berg; geen man mag met je mee opklimmen, en ook mag op heel de berg geen man zich laten zien; ook het wolvee en het rundvee mogen niet weiden tegenover die berg!

Hij hakt uit: twee stenen platen, als de eerste; dan recht Mozes in de ochtend zijn schouders en klimt op naar de berg Sinaï,- zoals de Ene hem heeft geboden; in zijn hand neemt hij mee: de twee stenen platen.

Néér daalt de Ene in de wolk en posteert zich daar bij hem; hij roept de naam ‘Ene’ uit.

Dan trekt de Ene voorbij, vlak voor zijn aanschijn, en roept hij uit: Ene, Ene, Godheid ontfermend en genadig!- lankmoedig en overvloedig in vriendschap en trouw!- die vriendschap bewaart voor duizenden, die onrecht verdraagt, overtreding en zonde; maar ongestraft: níets laat hij ongestraft, bezoekend het onrecht van vaders aan zonen en zoons-zonen, aan derden en vierden!

Dan haast Mozes zich,- knielt ter aarde en buigt zich neer. Hij zegt:  als ik toch genade heb gevonden in uw ogen, mijn Heer, laat dan mijn Heer toch meegaan in ons midden; want een gemeente hard van nek is het, maar vergeven moet u ons onrecht en onze zonde en ons als erfdeel aanvaarden!

Dan zegt hij: hier ben ik, ik smeed een verbond; tegenover heel je gemeente zal ik wonderen doen zoals nog niet geschapen zijn op heel de aarde en bij welke van de volkeren ook; zien zal heel de gemeente in welks kring jij bent het doen van de Ene,- dat het vreeswekkend is wat ik samen met jou ga doen;

Overweging 11 juni 2017

John Hacking 

 

verdriet

Advertenties

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s