God in de leegte 1

God in de leegte

Leegte als een theotopie.

 

Persoonlijke ervaringen en betekenisgeving via taal

 

De ervaring van God en het goddelijke is meestal een persoonlijke ervaring. Ze is bemiddelbaar via een getuigenis, een verhaal, een tekst. De toehoorder en lezer ontvangt dus vanuit de 2e hand. De bemiddeling van deze ervaring via een getuigenis en dus meestal via de taal berust op betekenissen. Betekenissen zijn echter niet eenduidig. De meerduidigheid van betekenissen is inherent aan het feit dat wij de ervaren werkelijkheid proberen te duiden via onze taal. De gelaagdheid van onze taal, het feit dat onze begrippen niet één op één corresponderen met de beschreven werkelijkheid kan een voordeel en een nadeel zijn, afhankelijk van de perceptie. Een nadeel, als je van mening bent dat je eenduidig wilt en moet kunnen spreken. Een voordeel, als je de ervaring hebt dat eenduidigheid niet bestaat en dat daarmee de betekenis verdiept kan worden. Zoals een vraag een antwoord oproept dat weer aanleiding is voor een volgende vraag.

Religies zijn veelal gebaseerd op verzamelingen van persoonlijke getuigenissen. In een eerste  stadium zijn deze verhalen verzameld en geordend, in een volgende stadium worden ze gepubliceerd en vervolgens van commentaar voorzien. De overlevering en redactie van dergelijke teksten is vaak een proces van eeuwen. In de overlevering en in de redactie spelen betekenisverschuivingen een rol omdat de teksten vanuit verschillende perspectieven, inherent aan de context en het tijdsgewricht, worden gelezen, bekeken en beoordeeld.

Zo is elke vertaling een poging om dicht bij de oorspronkelijke betekenis te blijven, maar de betekenislagen in verschillende culturen en tijdperken kunnen aanzienlijk verschillen. Ook de wijze waarop wij onze taal inzetten om de werkelijkheid te duiden en de taal zelf maakt een verschil. Maken we gebruik van een alfabet (zoals het van oorsprong Romeinse alfabet in de Westerse cultuur bijvoorbeeld) of van karakters (zoals in het oude Egyptisch of Chinees)[i] dan heeft dat gevolgen voor onze interpretatie van de werkelijkheid en de wijze waarop wij die werkelijkheid weergeven.

Een mooi voorbeeld is het Chinese/Japanse karakter voor niet: 無 wú. Het kan ook verwijzen naar niets, leegte, ‘het niets’. Het is een karakter dat gebruikt wordt in samenstellingen maar ook als verwijzing naar het niets.[ii] In ons verstaan van de werkelijkheid is het niets vaak een abstractie, iets dat je je niet kunt voorstellen, inherent aan de betekenis ervan. Niets = niet iets = niks. Vaak zijn we dan klaar met redeneren, einde proces. Maar in het Chinees en Japans begrijpen van dit teken ervaart men de werkelijkheid van het niets als niets omdat er een teken voor bestaat. Het is dus geen abstractie, maar het is een werkelijkheid die bestaat. Deze manier van waarnemen maakt communicatie tussen mensen met verschillende talen en begrippen voor werkelijkheden lastig. In een tekst van de Duitse filosoof Martin Heidegger wordt dit verstaan van elkaars werkelijkheden op de spits gedreven. In een dialoog met een gast vraagt de filosoof aan de gast welk begrip gebruikt wordt in Japan als het over taal gaat.

Het antwoord is (mijn ogen) van een schitterende schoonheid:  taal is in het Japans koto ba. De dialoog verloopt zo (J = de gast; F = de filosoof):

 

„J ba nennt die Blätter, auch und zumal die Blütenblätter. Denken Sie an die Kirschblüte und an die Pflaumenblüte.

F Und was sagt Koto?

J Diese Frage ist am schwersten zu beantworten. Indessen wird ein Versuch dadurch erleichtert, daß wir das Iki zu erläutern wagten: das reine Entzücken der rufenden Stille. Das Wehen der Stille, die dies rufende Entzücken ereignet, ist das Waltende, das jenes Entzücken kommen läßt. Koto nennt aber immer zugleich das jeweils Entzückende selbst, das einzig je im unwiederholbaren Augenblick mit der Fülle seines Anmutens zum Scheinen kommt.“[iii]

 

Taal is in het Japans geen abstractie, geen praxis alleen, geen begrippenapparaat dat ingezet wordt om de werkelijkheid eens en voor altijd vast te leggen. Het is een wijze van benaderen van de werkelijkheid waarin een zekere schroom, een grote vorm van poëzie en terughoudendheid een rol speelt. Als taal vrij vertaald in het Japans overeen komt met het moment van verrukking bij het zien en ervaren van de bloesem van de kersenboom of pruimenboom, dan wordt hier een dimensie geopend die misschien voor veel westerlingen volslagen nieuw is. De taal van de logica schiet hier tekort want deze opvatting van taal gaat alle logica te boven die berust op de aanname van vaststaande formules.

In onze traditie kennen we eveneens metaforische elementen in onze taal (het regent pijpenstelen). Vaak bepalen die grotendeels het discours als over God en het goddelijke wordt gesproken. De omweg via de metafoor is een manier van beschrijven van iets wat zich eigenlijk niet laat beschrijven. De metafoor maakt het mogelijk en de metafoor gebruiken betekent ook afstand creëren tussen de ervaring en de verwoording ervan. Die afstand kan men proberen te overbruggen door telkens weer nieuwe betekenissen toe te voegen, maar uiteindelijk zal er nooit een definitief eindpunt zijn. Semiose, of het proces van betekenisgeven, is in de verwoording en beschrijving van de ontmoeting met het goddelijke en met God, nooit afgelopen.

[i] In het Chinees ligt dit ingewikkeld – Chinese tekens worden (in het Mandarijn) meestal ingedeeld in 5 categorieën:   1. ideogrammen (ideeweergave): 下 = onder, 上 = boven; 2. pictogrammen (beeldweergave): 月 = maan, 日 = zon; 3. samengestelde ideogrammen: 日+月 = 明 = helder; 4. fonogrammen (betekenisweergave via radicaal en fonetisch deel) vb: 女 (radicaal: ‘vrouw’ + 马 (fonetisch element ‘ma’ (paard)) = 妈 ‘moeder’ – uitleg: de radicaal geeft de betekenis weer (een vrouw), het fonetisch element ‘ma’ geeft de uitspraak weer van het samengestelde teken 妈 (‘màa’). 5. Leenkarakters: voor abstracte woorden neemt men een al bestaand karakter en de bijbehorende uitspraak over vb: 象(olifant) wordt ook gebruikt voor “lijken/gelijken op” bron: wikipedia

[ii]  無  in het Japans: nothing, nothingness, none, nil, not (bron: https://en.wiktionary.org/wiki/%E7%84%A1)

[iii] . Martin Heidegger: aus einem Gespräch von der Sprache in: Martin Heidegger. Unterwegs zur Sprache, Pfullingen 1959 (Verlag Günther Neske) (Pag. 83-155)

 

 

mist

Advertenties

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s