Religio = lezen

Religio is lezen en herlezen

 

‘Herlezen (Frans: relire) verwijst altijd naar de etymologie van het woord religie dat volgens sommigen afgeleid is van religere, het feit van zich te verbinden aan…, maar dat anderen dan weer in verband brengen met de stam relegere: ‘herlezen’.

In die zin is het jodendom een religie van het onophoudelijk lezen en herlezen van de teksten, een herkauwen dat zich transformeert in een hermeneutiek waarbij de hand van de geest zich nooit sluit over de Waarheid, maar een liefkozing wordt voor de tekst.

 

Het is uitbundig lezen over de waarheid in een waaier van voorstellen en wegen. Het is het werk bevrijden voor zijn roeping: de lezer, de wereld en het leven openen voor een hernieuwde uitvinding van nieuwe vormen van bestaan, om op die manier aan de toekomst van het werkwoord ‘zijn’ geen achterhaald bestaan te geven!

 

Het is in die zin dat mijn vriend Jacques Neuburger mij op een dag schreef: ‘Het Latijnse religio is door onze moderne “symbolistische Meesters” foutief verbonden met het werkwoord religare (op de rug geknoopt) met als betekenis “dat wat verbindt”. Laat ons zeggen dat het een woordspel is. Het heeft zin, we aanvaarden het en het geeft ons stof tot nadenken. Het is trouwens aannemelijk. Maar laat ons ook zeggen dat religio misschien eerder van het werkwoord relegere komt (met respect plukken, opnieuw verzamelen, het nog eens doornemen door te lezen en te denken, zoeken om opnieuw een betekenis te geven aan… ): het is reeds de betekenis die Cicero gaf aan het woord: religie is een zaak van afwegen (zo moet een rechter religio hebben en een getuige nog meer), van respect en geweten, van lezen en herlezen, van het interpreteren van de wereld. Dit alles is wat de taal van Cicero en van Virgilius zegt.’ (Fragment uit een briefwisseling met Jacques Neuburger van 20 december 2007)’

M.A. Ouaknin

 

Als God in de religie verband houdt met ‘religare’, ‘op de rug geknoopt’, dan dragen wij God als een zak aardappels, of steenkolen, of onze rug, ons leven door. Dan is God een last en geen bevrijdende kracht. Als wij zijn geboden interpreteren als ‘last’ komt er nooit wat van terecht en kost alles wat we doen om ze te vervullen extra energie. Maar als God samenhangt met religie in de vorm van lezen en herlezen, dan is geloven een voortdurende ontdekkingstocht en ben je steeds op weg naar nieuwe horizonten. Geen last op je rug, zoals bij een ezel, maar een wandelaar die naar de verte kijkt en zich verheugt op zijn tocht en zijn ontdekkingen.

Als je religieus van aard bent, als je jezelf een religieus mens noemt, een gelovige, iemand die gelooft in God, het goddelijke, het sacrale aspect van de werkelijkheid, (verschillende betekenissen die niet allemaal over één kam zijn te scheren), dan ben je meer gebaar met vrijheid, met aanvaard worden zoals je bent, dan met een last op je nek en je schouders en de dwang te moeten veranderen omdat je niet goed bent zoals je bent. De wereld is niet perfect en zal dat ook nooit worden maar wij zijn ingebonden in deze wereld en ze maakt deel van ons uit. Wij zijn samen stukjes wereld. We hoeven niet te streven naar perfectie want dat zullen we nooit bereiken, maar perfectionering van wat we al in huis hebben, kwaliteiten, vrijheid, liefde, is nooit vergeefs. Het zet zoden aan de dijk en wij en anderen worden er beter van. Je bent het zelf als je jezelf laat opsluiten in een vast systeem van waarden en normen die onwrikbaar vast liggen en waar je eigenlijk geen kant mee op kunt omdat ze star, geestdodend en inperkend zijn waardoor je kwaliteiten worden ingesnoerd in een keurslijf. Waarom zou je ascetisch moeten leven? Wat is de winst? Wat is vroomheid en wie dien je ermee? Als je zo vroom wordt en niet meer opmerkt wat er om je heen gebeurt? Leven op een godsdienstig eiland en vergeten dat je een taak in de wereld hebt die verder gaat dan meditatie en religieuze overgave in gebed. Ieder zijn eigen weg, de keuzes die je maakt, prima zo, maar hoeveel vrijheid geven ze je. Hoe inspirerend zijn ze en kom je werkelijk tot je recht? Je bent, in mijn ogen, zelf ook criterium voor je eigen welbevinden. Wie anders betere dan jezelf kan je vertellen of je op de goede weg zit – of het goed voelt waar me mee bezig bent? Of dat er iets hapert en dat je eerder in een zelfgekozen gevangenis je dagen doorbrengt?

 

Oneindig vragen

 

‘Mijn Meester zegt: ‘Weet je dat een vraag die zichzelf oneindig bevraagt in het antwoord dat ze uitlokt, dat die vraag joods is?

 

Weet je dat als je je een vraag stelt, je dan op een bepaalde manier joods bent, omdat de jood zich diezelfde vraag al meer dan eens heeft gesteld?

 

Weet je dat, wanneer je jezelf een andere vraag stelt dan deze die je je had willen stellen, om zo indirect, via die vraag, daarna ook de eerste te kunnen stellen, dat je dan zo joods bent als een jood maar kan zijn?

 

Weet je, zei hij nog, dat als je niet meer de kracht, noch de wil hebt om je vragen te stellen, uitkijkend om te genieten van een welverdiende rust, dat je dan nog joods bent, omdat dat bewijst dat je, even sterk als een jood, de rilling van de vraag hebt gevoeld?’

M.A. Ouaknin

 

Jood-zijn is leven van de tegenspraak. Is de tegenspraak niet opheffen, maar verdiepen. Ook Jezus leefde van tegenspraak. Hij was in de contramine. Christen zijn is in diepste wezen hem hierin volgen. Geen eenheid, geen overeenstemming, geen allemaal dezelfde mening en dezelfde opvattingen. Orthodoxe Joden hebben tegenspraak opgeroepen omdat ze zich niet hebben aangepast aan de christelijke wereld. Door het vasthouden aan hun geboden en gebruiken, hoe wereldvreemd ook in de ogen van anderen, hebben zij voor zichzelf een vrijplaats geschapen om hun wijze van leven vol te houden in deze wereld. Maar niet alleen het andere gedrag, ook de wijze waarop zij denken en zich manifesteren, ook onderling, als partners in een discussie die nooit is afgelopen, een gevecht van botsende opvattingen die nooit bij elkaar komen, de Talmoed staat er vol mee, heeft ertoe geleid dat zij als buitenstaanders beschouwd werden die nooit zullen integreren in de ‘mainstream’ van de samenleving.

Het instrument om steeds opnieuw betekenissen te ontdekken is het vragen, het vraagteken als effectief wapen in deze strijd van meningen. Mensen die vragen en die door blijven vragen zijn dus Joden volgens Ouaknin. Stel dat Jezus de synthese had gezocht, de lieve vrede met zijn tegenstanders, dan was hij nooit door de Romeinen veroordeeld en gekruisigd. Dan had hij zelf voor Pilatus, al was  het uit de hand gelopen, kunnen zeggen, sorry Pilatus, ik heb het niet zo bedoeld, ik zal mijn leven beteren. En dan was er geen christendom ontstaan en had ik hier niet gezeten om daarover te schrijven.

 

 

Paradox van het zoeken

 

‘Het ‘zoeken’ of het ‘geloven’ is een paradox, zegt rabbi Nachman van Bratslav: het tegelijkertijd aannemen van ‘er is’ en ‘er is geen’; hyperdialectiek van een eeuwige spanning tussen twee tegengestelden die zich niet laten opgaan in een derde synthese begrip.

De positieve term heft nooit de negatieve term op en het gaat niet om een stabiel evenwicht tussen die twee, maar om een continu over-en-weer, nu eens de een, dan weer de ander accentuerend.

Voor de talmid-chakham zijn er altijd gevechten te leveren, kansen tot mislukken onder ogen te zien. Situaties om te kiezen, zonder ophouden.

De talmid-chakham kent geen comfortabele uiterlijke zekerheid, voor eens en altijd.

In het ‘geloven’ dat nog ‘zoeken’ blijft, is er altijd een voor en een -tegen’. En zodra je het ‘voor’ kiest, weet je heel goed dat een ogenblik later de twijfel je het ‘tegen’ Iaat ontdekken.

‘Het is de beweging van onzekerheid die het teken is van onze relatie met God; die onzekerheid is het teken zelf van het geloven. Het is wanneer het individu met verzekerd is van zijn relatie met God, dat hij een relatie heeft met God. Ongelukkig diegenen die geloven dat ze in relatie zijn met Hem, want die zijn het zeker niet. ‘ (Commentaire de Jean Wahl, Études kierkegaardiennes, Vrin, 1974, p. 301)’

M.A. Ouaknin

 

God laat zich niet vinden in de theologie. Dat is een ding wat zeker is en ook hier kun je weer aan twijfelen zoals je aan alles kunt twijfelen. Alles heeft meerdere kanten, een boven en beneden, een links en een recht, een voor en een tegen. Daardoor wordt het wel ingewikkeld en complex. Net zoals de klimaatopwarming die afhankelijk is van meerdere factoren die die door enkele ingrepen van de mens echt niet is tegen te houden. God is complex. God is onbepaald. God is onbeschrijflijk. God is mysterie en God is niet God want een begrip als God is een leugen. Je denkt, ‘je denkt’, ik onderstreep het, iets in handen te hebben, maar je hebt niet meer in handen dan een abstract begrip dat niet de lading dekt. Je hebt in feite niets in handen. Ouaknin laat een van zijn favoriete auteurs aan het woord – en deze formuleert dit prachtig. Daar kan geen theologie tegen op:

‘God is de naam van iemand die duizenden namen heeft. Hij heet stilte, dageraad, iemand, seringen en ontelbaar andere namen. Het is onmogelijk om ze allemaal te noemen, een leven zou niet- volstaan en het is om sneller te gaan dat men een naam als deze heeft uitgevonden. God, een naam om alle namen te zeggen, een naam om iemand te noemen die overal is, uitgezonderd in kerken, stadhuizen, scholen en alles wat: van ver of dichtbij op een huis gelijkt. Want God is buiten, de hele tijd, bij elk weerstype, zelfs in de winter – en hij valt in slaap in de sneeuw en de sneeuw wordt zacht voor hem, geeft hem enkel haar witheid met enkele sterren erop geprikt, ze houdt de brandende kou voor zichzelf. God heeft geen huis, heeft er geen nodig. Trouwens, als hij er één ziet, opent hij de deuren, scheurt de muren, verbrandt de ramen. En met hem gaat alles naar binnen, de dag, de nacht, het rood, het zwart, alles en in willekeurige volgorde, en dan, en dan alleen worden huizen draaglijk. Alleen dan kan men ze bewonen, want alles bevatten ze, de zon, de maan, het zotte leven: de grote zoetheid van het zotte, de felblauwe ogen van de zotheid… (Christian, Bobin, La souveraineté du vide, Fata Morgana, p. 32-34)

 

Zul je vinden als je gaat zoeken, vind je God als je hem binnenlaat? Wie weet. Eerst dan maar eens zoeken. Eens je maar eens laten vinden want misschien zoekt God jou wel. Ouakin citeert een verhaal dat over deze zoektocht van God gaat:

‘Ik las ergens: “God bestaat, ik heb hem ontmoet!”

Echt waar! Dat verbaast me!

Dat God bestaat, die vraag wordt niet gesteld.’

Maar dat iemand hem ontmoet heeft, nog voor mij, dat verrast me!

Want ik had het voorrecht God te ontmoeten juist op een moment dat ik aan hem twijfelde!

In een klein dorpje in de Lozere, door mensen verlaten, was er niemand meer.

Toen ik voorbij de oude kerk liep, aangespoord door ik weet niet welke aandrang, ging ik naar binnen…

En daar, verblind… door een intens licht… ondraaglijk.’

Het was God… God in eigen persoon. God die bad!

Ik vroeg me af: “Tot wie bidt hij? Hij bidt niet tot zichzelf? Hij toch niet? Niet God?”

Nee! Hij bad tot de mens! Hij bad tot mij! Hij twijfelde aan mij, zoals ik aan hem had getwijfeld!

Hij zei: “O mens! Als je bestaat, geef mij een teken!”

Ik zei: “Mijn God, hier ben ik!”

Hij zei: “Mirakel! Een menselijke verschijning!”

Ik heb hem gezegd: “Maar mijn God… hoe kunt u twijfelen aan het bestaan van de mens, uiteindelijk hebt u hem geschapen?”

Hij zei me: “Ja… maar het is al zo lang dat ik er geen meer in mijn kerk heb gezien… dat ik mij afvroeg of het geen zinsbegoocheling was!” Ik heb hem gezegd: “Dan bent u nu gerust gesteld, Mijn God.!”

“Ja!” zei hij, “Ik zal hen hierboven kunnen zeggen: De mens bestaat, ik heb hem ontmoet!'”

 

Raymond Devos

 

Alles blijft open. God is er en is er niet. En beiden gaan samen. Jij leeft en je gaat dood en beiden gaan samen. De een heft het andere niet op. Als je leeft ben je niet dood. Als je dood bent leef je niet, maar ze vervangen elkaar niet en ze komen nooit tot een eenheid. Leer van het leven en leer van de dood. Leer van de afwezigheid van God en herlees hoe Hij aanwezig kan zijn en hoe mensen over hem spreken. Telkens weer.  Dat is genoeg. (Tenminste voor mij).

 

John Hacking

21 maart 2017

 

Bron citaten: Ouaknin, Marc-Alain, God en de kunst van het vissen, Tielt 2016 (Lannoo)

 

demonen
Winter in America is cold

 

Advertisements

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s