Levens-einde – weten, wachten, vergeten….

img_4713

 

 

Levens-einde – weten, wachten, vergeten….

De dood is een grensganger. Hij woont aan de randen van ons leven. Daar wacht hij. Geduldig. Vol overgave. Nooit zijn taak verzakend. Nooit niet weten wat te doen. Door wie is hij aangesteld? Door de goden? Door God, als beloning voor het niet nakomen van een gebod? ‘Sterven, sterven zul je, als je eet van de vrucht van de boom in het midden van de tuin’: boom van kennis van goed en kwaad, boom van leven – de boom die leven zou geven maar geen kennis als je van de vruchten af zou blijven. De eerste mens, het waren er twee, vonden het te verleidelijk dus aten ze. Dus zouden ze sterven, sterven. Twee keer staat het er in het eerste boek, Genesis, helemaal aan het begin. Daarmee is de dood verklaard. Hij komt voort uit inzicht, uit het willen weten hoe het zit, hoe goed en kwaad kunnen bestaan. Kennis leidt tot de dood. Het paradijs is voor de dommen. Voor de onwetenden, de kinderen. Groeien ze op, maken ze vanzelf kennis met de dood, het einde van hun streven. Al wetende komen ze er achter dat er grenzen bestaan, ook aan het leven.
En, eenmaal oud geworden, terugkijkend op wat was, wat is gebeurd en vooruit, hoewel dat niet meer zo krachtig wordt ingezet, wat er morgen misschien gaat komen. De voorspelde dood, het einde dat nadert en dat zich aankondigt in het lichaam en in de geest die nalaat. Vergeten, wie was ik ook alweer, waar woonde ik, wie ben ik, wat kan ik (nog). José Ángel Valente (1929-2000) dicht:

Se daban
las condiciones perfectas para morir.

De lo más próximo nacía
lacerante la ausencia.

Tendida estaba entre los dos la muerte
como animal tardío de ojos grandes
y anegadas ternuras, madre
ciega madre inmortal.

Mi rostro era su máscara,
mi voz su voz.

No hay llanto en las perdidas alamedas.

Postreros pájaros borrados
en la declinación oscura de la luz.

J.A. Valente

Verleend waren
de volmaakte omstandigheden om te sterven.

Uit de dichtste nabijheid
groeide grievend het gemis.

Tussen beiden uitgestrekt lag de dood
als een achterlijk dier met grote ogen
en gesmoorde tederheid, moeder,
blinde onsterfelijke moeder.

Mijn gelaat was haar masker,
mijn stem haar stem.

Er is geen weeklacht in de verloren populieren.

De laatste vogels uitgewist
in de duistere teloorgang van het licht.

(vertaling G. Droogenbroodt)

Zo is de tijd van wachten aangebroken. Een perfecte tijd want niets hoeft meer. Alles vindt plaats in het hier en nu en morgen is uit beeld. Gisteren doet nog mee, als het wordt aangestipt. Maar ook dat wordt wazig. Vergeeld, als oud fotopapier, de gestalten nauwelijks nog herkenbaar. Wachten, wachten, wachten.
Stemmen, geluiden, mensen om je heen, je weet het. Je hecht er geen belang meer aan. Het is goed. Je eet, je drinkt, je slaapt. Je kijkt naar buiten en ziet vertrouwde, je ziet vreemde landschappen. Het maakt niet uit. Tijd om te ontwaken:

Qué era la soledad, pregunto, el rostro tuyo al fin frente a la nada, el tiempo que de pronto dejaba de ser tiempo empozado en sí mismo, la línea hiriente de oscura luz que invadía tus ojos y tú empezabas a marchar por ella, sin red y sin testigo, cuando se deslizó la sombra por tu sangre hacia tu adentro y allí te desnaciste.

Wat was de eenzaamheid, vraag ik, je gelaat uiteindelijk tegenover het niets, de tijd die plotseling ophield tijd te zijn tot stilstand gekomen in zichzelf, de kwetsende lijn van duister licht die je ogen binnendrong en je begon erop te lopen, zonder vangnet en zonder getuige, toen de schaduw door je bloed naar je binnenste toe uitgleed en daar werd je ontboren.

En medio de la lenta corrupción de los días, del paso oscuro de las horas como hojas caídas a mitad de la noche, entre el espasmos gris de las salivas, húmeda, discurres por tu cuerpo como incierto navío, no sabes dónde hallarte ni cuál el el final ni qué comienzo al término de ti te llevaría y sueñas, desde tu propio sueño te prolongas hacia el último vestigio ciego azul del aire y en él, al fin, te entregas, te sumerges, gimes en sus vencidos pabellones.

J.A. Valente

Temidden van de trage teloorgang der dagen, van het obscure schrijden der uren als bladeren gevallen in het holst van de nacht, tussen het grijze spasme van het speeksel, vochtig, trek je als een onzeker vaartuig door je lichaam, je weet niet waar je verblijft noch wat het einde is noch welk begin je na je einde mee zal voeren en je droomt, vanuit je eigen droom leef je voort tot aan de laatste blindblauwe flard van de lucht en dáárin, geef je je tenslotte over, laat je je wegzinken, zucht je in haar overwonnen paviljoenen.

(vertaling G. Droogenbroodt)

DSCN1975
Mist in de bergen

Je bent nog niet vergeten. Wat je schiep blijft achter. Herinnering. Bezoek. Gesprek. Kopje koffie. Kleine wandeling door de gang. Afscheid. Denken aan hoe het was. Al dat werk verricht. Al die moeite gedaan. Weg, als de wind. Een zuchtje. De wereld, ver weg, niet de moeite waard om bij stil te staan. Laat haar draaien. Het is goed, het is genoeg. Warme soep is belangrijker. Een stukje taart. Een bonbon. En dan slapen, slapen, slapen, wachten op het vergeten. Telkens weer dezelfde dag. Het weer kan je niet deren. Je zit binnen. Hoog. Droog. Geen jas nodig. Geen zorgen voor morgen, geen boodschappen, geen tuin of wasmachine. Waar woonde ik ook alweer, wat was mijn huis, waar heb ik al die uren doorgebracht?
Het hoofd, de gedachten, de hersenen, een amalgaam. Steeds dichter de mist, de nevel in de herinnering. Wegen vervagen, routes liepen dood. Aporie. Dat is de mens. Die heeft het laatste, het allerlaatste woord. Weemoed. Melancholie. Weerklank van het niets.

demonen
Winter in America is cold

La lentitud de la destrucción,
sus prolongados hilos húmedos,
el odio con retráctiles
pupilas amarillas,
la corrupción de la memoria y las figuras
revestidas de cera muerta en los salones
de derrumbaba cal.

Tanteas, tocas, palpas ciegos
los residuos de ti.

Sombrío cae el año hacia su muerte,
las conmemoraciones del difunto, el ácido
reclamo de la noche.
Imágenes
de imágenes.
Qué queda en los espejos,
en los largos pasillos naufragados,
en el recinto pálido del aire,
en el testimonio del testigo de quién.

Resuenan victoriosos los timbales
sobre las sumergidas formas rotas,
el viento y sus cenizas.
Desaparición.

J.A. Valente

De traagheid van de aftakeling,
haar vochtige uitgesponnen draden,
de haat met intrekbare
gele pupillen,
het verval van het geheugen en de gedaanten
bedekt met dode was in de salons
van neergevallen kalk.

Je tast, raakt aan, betast als een blinde
de overblijfsels van jezelf.

Droefgeestig valt het jaar naar zijn dood,
de herdenkingen van de overledene, de wrange
lokroep van de nacht.
Beelden
van beelden.
Wat blijft er in de spiegels achter,
in de lange verdronken gangen,
in de vale ruimte van de lucht,
in de getuigenis van de getuige van wie.

Triomfantelijk weerklinken de pauken
boven de verzonken, gebroken gedaanten,
de winden zijn as,.
Verwijding.

(vertaling G. Droogenbroodt)

Bezoek aan het graf. Ook hier staat al mijn naam. Alleen het laatste ontbreekt, de dag, het uur. De tijd is onverbiddelijk, de dood zucht. Het werk is nooit gedaan. Omringd met andere doden, gedragen door de aarde, een plek van gedenken. Lichtgevende schaduwen, ‘sombras luminosas’. De schittering van de nacht, een leven dat was, geleefd en al. En nu voorbij: ‘El fulgor’, schittering, brandend, lichtend. De ziel, het lichaam, een leven, een laatste gloed. Thuiskomen. Opgebrand. Verbrand. De dichter vindt nieuwe woorden uit. De dichter nadert de randen van het leven. De dichter begroet de dood. De dichter dicht het einde naar het leven toe. De dichter dicht, dicht, dicht, de aarde zal ons bedekken. Wachten is aangebroken als een ander. Het lichaam heeft losgelaten: geest, ziel, leven. Dat is wat wacht, op tijd en dag, op uur en moment. En dan:

Umbral

Vestido de blanco.
Vestido de blanco estoy ante los ojos
de quien me ama y de quien no me ama,
poso en fin ante nadie o ante la nada
o ante la pupila transparente
que nunca veo y que me ve.

¿Posaré así sin fin ante la muerte?

Las flores de la acacia amarillean pronto
en los montes lejanos
de la niñez.
¿Estoy vestido así
para morir?
Una gran onda larga en la fotografía
que el tiempo ha demudado
cae
sobre mi frente, pálida
la frente, artificial
la onda, digo,
si artificial pudiera ser lo hecho
con amor.

Y te oigo madre,
raíz de tanto,
llegar del otro lado de la noche.

Tú me tiendes la rama dorada.

Pongo mi pie desnudo en el umbral.

J.A. Valente

Drempel

In het wit gekleed.
In het wit gekleed sta ik voor de ogen
van wie me liefheeft en van wie niet van me houdt,
poseer ik uiteindelijk voor niemand of voor het niets
of voor de doorzichtige pupil
die ik nooit zie en die mij ziet.

Zal ik zo eindeloos voor de dood poseren?

De bloemen van de acacia vergelen snel
in het afgelegen gebergte
van de kindertijd.
Ben ik zo gekleed
om te sterven?

Een grote lange golf in de foto
die de tijd heeft verbleekt
valt
op mijn voorhoofd, bleek
het voorhoofd, kunstmatig
de golf, zeg ik,
als kunstmatig zou kunnen zijn
wat met liefde is gemaakt.

En ik hoor je moeder,
oorsprong van zoveel,
aankomen van gene zijde van de nacht.

je reikt me de gouden twijg aan.

Ik plaats mijn ontblote voet op de drempel.

(vertaling G. Droogenbroodt)

Naar aanleiding van het ‘nieuwe’ leven van mijn vader (1929) – opgenomen 30-12-2016 (Alzheimer) – verzorgd – gekoesterd. Een kleine wereld, een miniwereld, een wereld binnen, in zichzelf.

John Hacking
10 februari 2017

Gedichten uit:
Lichtgevende schaduwen – Sombras Luminosas. Gedichten van José Ángel Valente, vertaling Germain Droogenbroodt, Meerbeke Ninove 1997 in: Point 83 jrg.

 

img_4087

Advertisements

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s