Nieuwe mythes

Nieuwe mythes klinken altijd als een nieuwe toekomst vol schitterende en waargemaakte beloftes – wie gelooft nog in de Sint?

Advertenties

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“De Horizon wenkt niet door wat hij belooft, maar door het feit dat hij ‘iets’ belooft.”

Cornelis Verhoeven

Het ‘volk’ mort, het is boos, het is ontevreden. Reden voor de ‘populist’ – de volksmenner – om in de gordijnen te kruipen en van zich te laten horen. Hij of zij ruikt ‘bloed’, er is een schuldige aan te wijzen. Is die schuldige eenmaal bekend en algemeen aanvaard door de meesten volgelingen, – en ook belangrijk – is de populist aan de macht met zijn of haar kornuiten – (aan de absolute macht) – dan kan aan de uitdrijving worden begonnen, het oplossen van het ‘probleem’, dat het volk kwelt. Bij de oude Romeinen hadden ze daarvoor een oplossing: de spelen. Gevechten in de arena, wilde dieren, dan was het probleem zo de wereld uit. Daarna (eeuwen later) pakten ze het aan via pogroms – dat konden de christenen goed – en in de vorige eeuw, net geleden, deden ze het nog radikaler: opsluiten in kampen (Russische goelags), verbeteringsinstellingen (China) of vernietigingskampen (Nazi-Duitsland). Dat was de aller-aller-radicaalste oplossing.
Bij de Romeinen heette het lid van het volk ‘plebejer’ – daar komt ons ‘plebs’ vandaan. Hij had zekere rechten en een bepaalde status. Dat hadden de slaven niet. Maar die rechten werden niet altijd geëerbiedigd. Nou heeft in de geschiedenis nooit iemand echt een hoge pet opgehad van het volk, ook de populist zelf niet. Dat komt omdat het ‘volk’, afgeschilderd wordt als een vage massa, soms een stelletje ongeregeld bij protesten, een niet te beheersen clubje van schreeuwers, oproerkraaiers en herrieschoppers als ze in opstand komen tegen bepaalde besluiten vande overheid. Maar ‘het volk’ bestaat niet. Dit algemene begrip is een expliciete leugen. Alleen al de vraag naar wie dan deel uitmaakt van dit volk ontmaskert het begrip al als leugen. Daarom is spreken over het volk of in naam van het volk ideologie van de bovenste plank, het is een vorm van mythevorming, mythologie.
Wat is de inhoud van die mythe en waarom wordt hij toegepast? Om de macht aan zich te trekken, dat is de enige reden. De zorgen en noden van de mensen waar de populist voor denkt op te komen en waar zijn mond vol van is, zal hem een rotzorg zijn. Eenmaal aan de macht doet hij net hetzelfde als degenen die al eeuwen op het pluche zitten. Roepen bijvoorbeeld als lid van dit Nederlandse parlement (we blijven dicht bij huis) dat dit parlement een nep-parlement is, terwijl je zelf er al het langst deel van uitmaakt, dat is pas ‘nep’. Wie zit zich zelf nou hier iets voor te liegen, hoe hypocriet kun je zijn en hoe opportunistisch? Dat is enkel en alleen optreden op het podium van het populisme: de mensen een oor aannaaien, “kijk mij, ik ben niet zo als de rest, die onbetrouwbare anderen! Maar ik wil graag dat ik mijn gage ontvang en dat zij mij bewaken want anders kan ik geen populistische uitspraken meer doen onder het mom van vrije meningsuiting.”

Niet wat ze zeggen is alleen belangrijk bij de populist, maar vooral wat zij doen. Dat optreden op de Bühne is vooral de aanhangers wijzen op de te behalen resultaten en hier en daar een kleinigheid veranderen zodat het lijkt als het volk zijn zin krijgt. Vooral stoer doen. En vooral een voorschot nemen op de toekomst. Maar er is nog een ander doen, een ander gedrag: hoe goed gaat de populist voor zichzelf zorgen. Turkije, een paleis met 1000 kamers, Dat kenden we al uit het keizerlijke China, maar het idee is nog steeds niet uitgestorven. In Rusland hetzelfde, alleen een maatje kleiner. Nog een maatje kleiner in Zuid Afrika maar dan wel weer met een groot zwembad. Het paleis in Roemenië is inmiddels in handen van de staat en niet meer van de dode dictator, maar dat heeft ook te lang geduurd. De prachtige andere bouwprojecten in Afrika, Azië en op nog voor mij onbekende plaatsen laten zien waartoe de heersers in staat zijn. Maar willen zijn aanhangers dit? Is daarmee hun nood gelenigd? Hun problemen opgelost? Ik dacht het niet.

Daarvoor in de plaats komt een glorierijke toekomst die wordt voorgespiegeld. Dan smelten de zorgen van het heden als sneeuw voor de zon. Het Italië van de Duce wist het wel: het herstel van het Romeinse Rijk en Nazi-Duitsland wilde zelfs een duizendjarig rijk. Het kan niet op. Alle energie gericht op het glorieuze verleden dat aanstaat om in de nabije toekomst aan te breken. Vergeten wordt dat het heden het materiaal moet leveren om morgen op te bouwen. Alleen met grote overtuigingskracht en met grof geweld (het smoren van tegengeluiden) kan z’on project worden aangevangen. Cornelis Verhoeven schrijft in ‘Omzien naar het heden. De mythe van de vooruitgang”, dat in 1968, in de tijd dat de hippies dachten een wereldrevolutie te ontketenen met bloemen:

“Wanneer de vooruitgang wordt ontdekt als het eerste gebod, dan is dit gebod nooit zonder een tweede, dat daaraan gelijk is: dat van de continuïteit. De vooruitgang wordt niet gediend door de onderdrukking van de gelijktijdigheid. Hoe hij zich ook mag openbaren, zijn plaats is binnen de gecompliceerde gelijktijdigheid, dus binnen het beschouwelijk te genieten heden. Anders is hij een tirannieke mythe. De toekomstmuziek nodigt ons uit onbevreesd voorwaarts te gaan, maar als haar betovering zo groot is dat wij al voortschrijdende niet meer durven omkijken zonder te verstenen, dan moet zij als geweld ontmaskerd worden. De marsmuziek waarop soldaten naar het slagveld trekken, is altijd preludiërende overwinningsmuziek, verklanking van optimale mogelijkheden. Zij moet dat ook zijn om aan de extreme situatie nog een laatste glimp van zin te geven. De soldaten gaan immers naar het slagveld en er zijn rigoureuze middelen nodig om te voorkomen dat zij nostalgisch omzien naar het leven dat zij waarschijnlijk achter zich laten.” (p. 42)

En de populist die aan de macht is wil niks anders dan dat zijn mythe waarheid wordt: een schitterende toekomst met hem/haar aan de macht – glorie zonder einde. In feite een vorm van geseculariseerde goddelijkheid onder een soort ‘Droîte Divin’, een door God bepaald, door de machthebbers zelf ingesteld. Lodewijk de 14e is er niks bij.
“Waar grote beslissingen genomen worden, zo groot dat een mens ze bijna niet kan waarmaken, wordt het omkijken verboden. En het wordt dan ook verboden op een wijze waaraan de mens zich niet kan houden zonder zijn zelfstandigheid te verliezen en daarmee zijn heden en zijn actualiteit.” (p. 43-44), zegt Verhoeven. Vrijheid en zelfbeschikking worden opgeofferd aan deze toekomst. De mens geeft vrijwillig zijn vrijheid op om te leven onder het juk van een droom, een mythe die mooi klinkt maar verkeerd uitpakt.
Want geen enkele bereikte mythe wordt gerealiseerd zonder bloedvergieten, zonder het opsluiten van de tegenstanders. Het begint met het monddood maken van de pers, het verspreiden van eenduidige boodschappen waar interpretatie niet gewenst is, en zeker geen kritische vragen. Feiten heten ‘alternatieve’ feiten zolang de pers niet helemaal gemuilkorfd is. Met andere woorden leugens gaan door voor feiten. Mythes over hoe de werkelijkheid eruit ziet in plaats van een open en eerlijke blik. Ook hier heeft Verhoeven gedachten over die hout snijden:

“We hebben ons geïdentificeerd met wat we kunnen en verliezen zo de realiteit van het uitstel, waarin het moeten altijd nog een zullen is en blijft, uit het oog. De Jenseitigkeit van een ideaal is nooit restloos over te plaatsen in een diesseitige werkelijkheid, niet alleen omdat het ideaal technisch niet te realiseren is, maar omdat ook de gerealiseerde werkelijkheid altijd meer en anders is dan een berekenbaar produkt van onze technische inspanningen. Het Jenseits, het andere ten opzichte van het bereikte, laat zich niet hypostaseren; het treedt tevoorschijn zelfs waar het eendere schijnbaar alleen maar wordt herhaald. Vooruitgang is pas reëel wanneer hij blijkt; erover praten werkt al mythiserend: het dreigt immers het doen gelijk te stellen met het ‘groeien’, waarover Von Baader sprak, en waarvan de eindterm niet te hanteren is.
Wij hebben de neiging de eenmaal op gang gebrachte vooruitgang mythisch te overschatten. In die overschatting zien wij dan het heden met zijn noden en zijn geluk gemakkelijk over het hoofd. We verplaatsen het zwaartepunt van ons bestaan naar de toekomst en tegelijk naar het effect van een nog niet uitgevoerde activiteit. ” (p. 48)

Kortom de ‘rattenvangers van Hamelen’ fluiten en trekken door het land en hopen, zeker tegen de tijd van de verkiezingen, dat zoveel mogelijk mensen achter hen aan zullen gaan. De stoeten hebben zich al gevormd. Op Facebook worden ze geteld: de likes en de boze gezichtjes. Wie is het meest populair. Maar wordt er ook gekeken naar het waarheidsgehalte van de tweets en de Facebook-posts? Of gaat het enkel om de zogenaamde populariteit? Wat we zeggen en wat we doen heeft allemaal consequenties, en veel kan als een boemerang terug in ons gezicht slaan.

“Toekomst is dat wat op mij toekomt, of ik dat wil of niet. De mythe van de vooruitgang dreigt een fundamentele vrijheid te verpletteren. Die wijsheid is de overtuiging dat de mens een machteloos wezen is, zozeer dat hij in zekere zin zelfs passief staat tegenover zijn eigen ontwikkeling en de gevolgen van zijn activiteiten alleen maar kan incasseren. Wij ondergaan niet alleen wat wij niet doen, wij ondergaan ook wat wij doen en en wij ondergaan meer naargelang wij meer doen.” (p. 50)

Ik raak er steeds meer van overtuigd hoe gevaarlijk het is om in algemeenheden te spreken, door ‘problemen’ te veralgemeniseren, door bepaalde groepen aan te wijzen als ‘daders’, als de veroorzakers van de ‘ellende’ en dus van het kwade. Dat is een vorm van mythologisch demoniseren. In de tijd van de heksenverbrandingen en de inquisitie was het niet anders. De een wordt gemarteld en noemt de namen van zijn buren – allemaal onschuldig – maar de pijn is te heftig om niets te zeggen. Het zelfde zien we nu in een mildere vorm gebeuren: als mensen elkaar niet meer durven te vertrouwen, als er overal ‘spionnen’ meeluisteren, “Der Feind hört mit”. Overal waar grote woorden in de mond worden genomen en mensen als groep worden weggezet kun je op je vingers natellen dat er gelogen wordt en dat deze algemeenheden alleen maar onwaarheden bevatten. Ik ben niet het volk, ik ben niet de groep, ik ben niet het kuddedier, ik ben niet de elite, ik ben niet de mensheid, etc.etc.

“De algemene waarheid omtrent de menselijke macht is alleen in haar algemeenheid waar. Het algemene verhoudt zich dialectisch ten opzichte van het bijzondere, het is de niet-identiteit daarvan. Het is maar een tochtige tent, waarin de mythische identiteit voorlopig schuilt tegen de stormen van de geschiedenis, in afwachting van het grote, mythische moment dat zij zich in de geschiedenis zelf zal kunnen bevestigen en waarmaken. De soort-idee is te verstaan als ‘het individu zelf voorzover het zijn eigen ideaal nog niet vervuld heeft. Of ook: dat waartegen dé mens actief staat, daar tegenover staat elke mens afzonderlijke voorlopig passief.” (p. 51)

Verhoeven zegt: “Helderheid is niet het element waarin het leven het best gedijt.” (p. 68) en
“Het handelen uit behoefte om althans iets te doen en zich zelf als handelend te ervaren, is het begin en de grondslag van het geweld.” (p. 84). Toch denken de populisten te weten hoe het zit, zij hebben de waarheid in pacht, een simpele en heldere analyse van de situatie, van de stand van zaken en zij weten ook hoe er opgetreden moet worden, want stilzitten, afwachten is geen optie. En kenmerkend voor de mythe: de problemen worden opgeblazen tot immense proporties, dan moet er wel een bezweringsritueel plaatsvinden, het liefst een duidelijk signaal tijdens de verkiezingen (zolang de democratie nog duurt).
Het hedendaagse activisme, de held die popelt om aan de gang te gaan, beter te sterven op het slachtveld dan thuis nietsdoen, de jongere die het niet meer kan verdragen dat er niets gebeurt en daarom de straat opgaat en geniet van de opkomst van een grote politiemacht, want dan weet hij dat het ergens om gaat, de leden van de politiemacht zelf die met groot vertoon van wapengeweld (het leger is er niets bij in de VS) aantreedt tegen een onschuldige massa van zwarte, bruine betogers omdat die opkomen voor hun rechten, het zijn allemaal vormen van activisme die overbodig zijn en die ook anders benaderd kunnen worden. En de populist geniet: zie je wel – ze gooien stenen, ze deugen niet, ze moeten met hand en tand worden onderdrukt, die oproerkraaiers, terug in het hok, monddood, liefst helemaal het land uit. Verhoeven leest het van hun gezichten, dit tevreden grijnzen en triomfalisme over een toekomst die zal aanbreken – het rijk Gods op aarde in de vorm van een politieke beweging, een partij, maar dan zonder leden, want een leider is genoeg:

“In elk triomfalisme is een element van verraad. In het triomfalisme waarmee over de toekomst wordt gesproken alsof de beloften daarvan al waren vervuld, wordt het verleden als een lege huls weggeworpen. In dit verraad wordt het verleden van zijn eigen mogelijkheden beroofd ten koste van een nog niet aanwezige toekomst. Het dialectisch centrum dat het heden is wordt van zijn functie beroofd. En dit alles om een geïsoleerde toekomst kunstmatig te kunnen opladen met mythische beloften. Dit alles houdt rechtstreeks verband met het onvermogen de menselijke passiviteit te incasseren.” (p. 88)

Partijen in West Europa die verlekkerd kijken naar het Rusland van Poetin (de grote leider) en sommige die ook financieel worden ondersteund uit dit land zijn een speelbal in handen van deze moderne dictator. Wie betaalt bepaalt. Zo eenvoudig ligt dat. Als in Nederland partijen worden betaald vanuit het buitenland kun je op je vingers nagaan dat de leider dan zeker een positief standpunt in zal nemen. Geld uit fondsen uit de VS en een positief geluid ten aanzien van Israel, het kan niet missen. Maar alle steun uit het buitenland ontvangen, financieel en anders, als deze in de houding van de ontvangers ingaat tegen het landsbelang (tegen lidmaatschap van de EEG bijvoorbeeld – dat komt Rusland goed uit – al die onderlinge verdeeldheid – geen sterk saamhorig Europa) is een vorm van landverraad. Geopolitiek wordt op een ander speelveld bedreven dan op het niveau van de parlementaire en landelijke politiek. Dan gelden landsgrenzen en soevereiniteit niet meer, is er geen grens aan informatieoorlogen en mag onbeperkt worden ingebroken in andere computersystemen. Denken dat je aan de touwtjes trekt als populist, (en uiteindelijk niet meer zijn dan een pion in dit spel), dat is de illusie die velen nog geloven. En het leger als reddende optie? CIA, Counter-intelligence als laatste bescherming?
“De militaire macht is dus wel het laatste waarvan wij enige bevordering van de vooruitgang mogen verwachten: zij richt zich alleen op de herhaling.” (p. 115) Generaals zijn altijd bezig met de laatste en voorlaatste oorlog zo Verhoeven, dus daar hoeven we het niet van te verwachten. Want waarom zetten dictators in op de vergroting van hun militaire slagkracht? Alleen toch maar om hun almacht te onderstrepen? Kogels zijn belangrijker dan brood.

Moed is gevraagd en vooral kritische geesten die vragen durven stellen en die zich niet neerleggen bij de leugenachtige mythes die worden verspreid. Gezonde scepsis is een deugd. Wie durft?

John Hacking
25 januari 2017

Verhoeven, Cornelis, Omzien naar het heden. De mythe van de vooruitgang, Utrecht 1968

L1210228

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s