Achterlijkheid?

img_3937

“Nieuwe Achter-lijk-heid”

Op het einde van 2016 verscheen op 29 december een (in mijn ogen) opmerkelijk bericht in de NRC met de volgende kop: “Rijksten op aarde dit jaar 227 miljard rijker”. Opmerkelijk op het eerste gezicht want wie verwacht nu dat, terwijl veel landen nog worstelen met de naweeën van een economische recessie, er zoveel geld kan worden verdiend door miljardairs (hier de 500 rijksten der aarde), die toch al in het geld zwemmen. Maar ook weer niet zo opmerkelijk, als je kunt vermoeden hoe deze rijken der aarde aan hun geld komen. De beurs is het grote toverwoord. Ze worden rijk door speculatie. Zij worden en zijn rijk geworden omdat hun aandelen in waarde zijn gestegen en omdat zij in industrieën hebben belegd die steeds meer geld waard zijn geworden.
Beursspeculanten, grote bankinstellingen en andere financiële organisaties die leven van dit beurskapitalisme verzetten zich in de regel hevig tegen nieuwe regelgeving die hun almacht dreigt in te perken want dat kost geld. Dat kost vooral geld aan de kant van de beleggers, de aandeelhouders en degenen die de riante bonussen opstrijken als er weer een flinke winst wordt behaald. De verkiezing van meneer Trump zal aan deze regelgeving niet veel veranderen en zal eerder zo uitwerken dat de grote banken (Goldman Sachs, de veroorzaker van veel kwaad – windhandel en de effecten daarvan) weer op rozen komen te zitten. De relaties met deze grote financiële instellingen zijn weer aangehaald door de benoemingen van kopstukken in de komende regering van meneer Trump. Hoe kan het ook anders als een congres en huis van afgevaardigden in de VS bestaat uit louter miljonairs.
Word je met werken rijk? Dacht het niet. In ieder geval niet zo rijk dat je een miljard per jaar of de helft ervan erbij zou kunnen verdienen. Dat kan enkel op andere manieren. Dat betekent dat je slim genoeg en krachtig genoeg moet zijn om op andere wegen geld binnen te halen. Je moet al heel wat geld hebben om het te kunnen inzetten op de beurs, om aandelen te kopen en slim te handelen, anders levert het niet zoveel op. Heb je een slechtere uitgangspositie, dan kan het snel met je afgelopen zijn. Kleine beleggers zijn al vlug de dupe. Italiaanse voorbeelden laten dit zien, de oudste bank van Italië moet door de overheid worden gered anders zijn alle kleine beleggers de sigaar.

Rüdiger Safranski, die een boek geschreven heeft over de tijd, merkt op dat het uurwerk een ‘instituut’ is dat er voor gezorgd heeft dat de tijd een maatschappelijk fenomeen is geworden. We leven volgens de tijd van het uurwerk en ons leven wordt er strak door ingedeeld. Met alle gevolgen van dien. De tijdsdictatuur geldt ons allen en wij onderwerpen ons allen willig hieraan.
Het andere middel in deze maatschappij dat regeert is het geld. Het geld staat voor het tijdelijk uitstel van consumptie. Het geld is een tussenfase, het is een medium geworden waarop we allen vertrouwen en hopen dat het zijn waarde behoudt. Papieren geld en nu ook virtueel geld.
Door goederen in te ruilen voor het geld werd de kleine cirkel van de directe consumptie opgeblazen. Het gaat niet meer om jou en mij die iets met elkaar ruilen en daarvan profiteren zoals je een vis ruilt voor een ei. Er hebben zich nu totaal nieuwe horizonten geopend, volgens Safranski: goederen en diensten staan centraal die nu of in de verre toekomst omgezet kunnen worden in geld. Dat betekent dat geld niet alleen het middel is geworden voor maatschappelijke interactie maar ook dat er alleen een toekomst is als er ook geld is. Safranski merkt op dat je kippenvel kunt krijgen van het idee hoe fragiel deze geld-basis is. Het is allemaal een kwestie van vertrouwen dat dit pakje papier in mijn zak ergens voor staat. Geld is een maatschappelijk construct, dat een waarde representeert die het in zichzelf niet heeft. De wereld heeft de boodschap “God is dood” tot nu toe overleefd, zo Safranski, maar de boodschap “ het geld is dood” zal de samenleving waarschijnlijk niet overleven. Tijdens de grote beurscrashes hebben wij kunnen zien hoe dit werkte: opeens was veel bezit als sneeuw voor de zon verdampt. Zolang echter het geld nog betekenis heeft, bepaalt het mede de toekomst en geeft het ons een kijkje in het verleden met het oog op de gepresteerde arbeid en de uitgewisselde goederen. Geld opent dus de blik op de tijd naar twee kanten volgens Safranski. (pag. 92-93)
Maar hoe zijn de rijken en de rijke lande dan zo rijk geworden? En waarom zijn er armen en arme landen? Is dat alleen een kwestie van hard werken en van slim handelen, zoals de nieuwe rijken ons willen doen geloven, een kwestie van de wetten van de vrije markt en de effecten daarvan, zoals adepten van dit (neo)liberalisme ons voorhouden? Ik geloof er niks van en ik kan dat ook staven: houden we het dicht bij huis, Nederland.
Nederland heeft van oudsher hulpbronnen gehad in de bodem: steenkool en nu aardgas. Die hebben de laatste eeuw voor een zekere welvaart gezorgd. Heb je die als land niet, zoals Japan, dan blijf je voor je energie grotendeels afhankelijk van anderen, tenzij je deze nu zelf kunt opwekken via andere methodes. Maar Nederland was daarvoor al rijk en rijker dan de meeste andere landen. Niet het hele land, niet iedereen, niet overal in het land, maar in de rijkere gewesten, in het ‘Hollandse” deel kon de welvaart vaak niet op: zie de grachtenpanden en optrekjes in de randgebieden van de randstad ontstaan en gebouwd in de zogenaamde “gouden eeuw”. Rijkdom verkregen door handel, door zeevaart, vaak bevochten tegen een hoge prijs in de oorlogen met Spanje en Engeland. Michiel de Ruyter, boegbeeld voor het vaderland, is een naam die wij in ere houden omdat hij mede voor het instandhouden van die rijkdom verantwoordelijk is. Piet Hein, een piraat in overheidsdienst, is een andere naam die hier genoemd kan worden. Maar wat we minder horen en wat meestal onder de oppervlakte blijft is de wijze waarop al deze welvaart verkregen is. De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de Westindische Compagnie zijn mede de grote motoren geweest achter deze productie van nieuwe welvaart. Maar waar werd het geld aan verdiend? Niet allen door het kapen van de zilvervloot of de talloze andere schepen van de concurrent. Maar vooral ook aan de slavenhandel en de kolonialisering van de landen die werden veroverd, bezet en uitgebuit via het plantage systeem. Daar liggen de wortels en de bronnen van onze Nederlandse welvaart: geld verdiend op basis van knechting van andere mensen. Mensen uit Afrika, losgemaakt van huis en haard en van familiebanden. Vervoerd als ding, als object voor beleggingen, als arbeidspotentie voor de nieuwe rijken. Een bladzijde in de menselijke geschiedenis die zich niet laat goedpraten. Toppunt van anti-humanisme.
Achille Mbembe laat in zijn “Kritiek van de zwarte rede” zien hoe dit slavernij systeem heeft gewerkt en hoe het via het mechanisme van het racisme in stand kon worden gehouden en nog steeds doorwerkt in de huidige tijd. Onze Westerse welvaart is voor een groot deel op uitbuiting en slavernij gegrondvest. Inmiddels zijn we een stap verder maar de welvaart die is opgebouwd is fragiel en afhankelijk van het feit dat er niets mis moet gaan met het vertrouwen in onze economie.
Mbembe beschrijft ons huidige tijdsgewricht vanuit de studie naar de slavernij en de Afrikaanse context als volgt, een lang citaat dat de moeite loont om hier weer te geven. Ik citeer:
“Neoliberalisme is op te vatten als een fase in de geschiedenis van de mensheid waarin de halfgeleiderindustrieën en de digitale technologieën de overhand hebben. In de neoliberale tijd wordt de korte termijn omgezet in een kracht die een vorm van geld voortbrengt. Nu het kapitaal zijn uiterste verdwijnpunt heeft bereikt, wordt een escalatie op gang gebracht die steunt op de visie dat ‘aan alle gebeurtenissen en verhoudingen van de leefwereld een marktwaarde [kan] worden toegekend’. Die escalerende beweging wordt voorts gekenmerkt door de productie van onverschilligheid, een rabiate codering van het sociale leven in normen, categorieën en cijfers en de pretentie dat de wereld door middel van diverse abstraheringen kan worden gerationaliseerd volgens de bedrijfslogica. Het kapitaal, meer bepaald het financiële kapitaal, dat geplaagd wordt door een heilloze dubbelganger, geldt inmiddels als onbegrensd, zowel in zijn doelen als in zijn middelen. Het dicteert niet langer uitsluitend zijn eigen tijdsdynamiek. Nu het kapitaal ‘de totstandbrenging van alle filiatieve betrekkingen op zich [heeft] genomen’, probeert het zichzelf te vermenigvuldigen in een oneindige reeks structureel niet te delgen schulden.
Arbeiders als zodanig zijn er niet meer. Er zijn alleen nog arbeidsnomaden. Was het drama van het subject voorheen dat het door het kapitaal werd uitgebuit, tegenwoordig is de tragedie voor de massa dat ze helemaal niet meer kan worden uitgebuit, en weggezet wordt bij een ‘overbodige mensheid’, die aan haar lot wordt overgelaten en nauwelijks meer nodig is voor het functioneren van het kapitaal. Er treedt een nooit eerder geziene vorm van psychisch leven aan, die leunt op het artificiële, digitale geheugen en op cognitieve modellen uit de neurowetenschappen en de neuro-economie. Nu psychische en technologische automatismen gebundeld zijn, ontwikkelt zich de fictie van een nieuw menselijk subject, een ‘ondernemer van zichzelf’, die kneedbaar is en gesommeerd wordt zich voortdurend opnieuw te configureren in functie van de artefacten van het tijdperk.
Deze nieuwe mens, die onderworpen is aan de markt en de schuld, ziet zichzelf als een zuiver product van het natuurlijke toeval.” Einde citaat. (pag. 12-13)

Mbembe ligt hier de vinger op onze huidige situatie: als arbeidsnomaden zijn we afhankelijk geworden van de ‘goodwil’ van onze ‘captains of industry’, onze managers en CEO’s die naar believen het geld kunnen doen stromen – industrieën kunnen verplaatsen en nieuwe ondernemingen kunnen oprichten. Overheden hebben het nakijken of proberen via absurd lage belastingen bedrijven aan zich te binden. Wij, de werknemers, moeten onszelf verkopen om mee te kunnen doen. Alles en iedereen wordt en is afhankelijk van de geldstromen. De universiteiten, de wetenschappen, de wetenschappers en de studenten en de arbeiders in alle geledingen van de maatschappij. Onderaan bungelen zij die niet meetellen en die afhankelijk van goodwill en sociale voorzieningen. We zijn bezig met het scheppen van een nieuwe mens, eentje die aangepast is aan deze tijd en de torenhoge verwachtingen en zij die niet meekunnen hebben gewoon pech gehad. We zien dat al met de digitale voorzieningen in ons land. Een grote groep valt buiten de boot.
En in naam van onze veiligheid tegen aanslagen van terroristische groepen gooien wij onze persoonlijk privacy en onze vrijheid te grabbel. De samenleving wordt er een van controle en van beheersen om alles in de hand te kunnen houden en de burger het (schijn)gevoel te geven van veiligheid. Kleine nieuwe politieke partijen die nu in Nederland verrijzen denken hier garen bij te kunnen spinnen en komen met mini-eisen en kortzichtige oplossingen voor problemen die niks zijn vergeleken met de dingen die echt spelen in de wereld en de wereldeconomie. Ze komen met thema’s als het Oekraïneverdrag, de verlaging van de AOW, de ziektekosten, de pensioenen etc. etc. Het zijn allemaal miniproblemen in de context van de effecten van de globalisering en voortschrijdende techniek en digitalisering. En ze hangen samen met grotere en complexe situaties die niet op een A4 tje passen als verkiezingsprogramma.

Ernstiger nog is dit verschijnsel waar Mbembe op wijst ten aanzien van hele continenten waar de mensen zijn afgeschreven in de ogen van het rijke Westen omdat er niets te halen valt of omdat ze niet als consument meetellen. China springt bijvoorbeeld in het gat dat Europa openlaat in Afrika. Zij geloven niet dat het Afrikaanse continent is afgeschreven. De toekomst zal uitwijzen hoe het verder gaat. Mbembe analyseert niet alleen de slavernij als maatschappelijk fenomeen maar ook het denken daarachter dat leidde tot een knechting van zwarte mensen die als neger worden weggezet. Deze analyse is de moeite waard om te lezen omdat ze ons blanken westerlingen met de neus drukt op onze vooroordelen en ons handelen. De wijze waarop we nu weer in Europa bezig zijn om omheiningen te bouwen tegen de groeiende stromen vluchtelingen is daar een rechtstreeks gevolg van. Onderliggend racisme en discriminatie treden openlijk aan het licht. Maar zolang wij structureel de armoede in veel landen in stand houden met ons economisch handelen dat alleen gericht is op kortzichtig) eigen gewin en op een uitbuiting van de aardse goederen ongeacht de gevolgen voor het nageslacht (en het klimaat), zal er fundamenteel niks veranderen en blijven de vluchtelingen komen.
Joke Hermsen pleit in haar boek ‘Kairos’ voor een nieuwe psychologie van de eigenwaarde, om de ‘graaicultuur’ te kunnen corrigeren. (Maar hoe naïef is dat als de mens al eeuwen ook een wolf is naast het feit dat hij ook een lam kan zijn). Ze vraagt in navolging van Peter Sloterdijk: “Hoe moeten we ons een samenleving voorstellen die niet gebaseerd is op louter erotische dan wel economische impulsen, en wel op de zorg voor de ziel en de thymotische impulsen van trots, moed en zelfrespect? Het gangbare economische systeem berust op het omzetten van morele schuld in financiële schuld, stelt Sloterdijk. Een nieuw economisch bestel zou die schuldkwestie juist achter zich moeten laten. Vrijwillige giften en kwijtschelding van schulden zouden die andere economie kunnen bepalen, want gevers ‘vermeerderen de glans van de wereld’. Dit is volgens Sloterdijk geen romantisch beeld maar een mogelijk model voor een alternatieve geldeconomie, waar in het hart van het kapitalisme het absolute tegendeel daarvan ontkiemt, dat wil zeggen het volstrekt belangeloze schenken.” (pag. 249). Hermsen verwijst ook naar de econoom Tomáš Sedláček die in ‘De economie van goed en kwaad’ pleit voor een kwijtschelding van alle schulden om de 50 jaar en een herverdeling van alle rijkdommen. Zoals ook in het Oude Testament wordt voorgesteld om geregeld jubeljaren te houden.
Dat zou betekenen dat niet ‘greed’ maar ‘solidarity’ de norm zou worden. Een utopie? Nog verder weg dan het ‘rijk Gods’? Wie is er nu achterlijk, wie loopt er achter de feiten aan, wie laat alleen maar lijken achter als gevolg van economisch handelen? Er is op het terrein van de menselijkheid een wereld te winnen. Maar dan moet die omkeer van binnen komen. Zouden de rijken, de allerrijksten instemmen met deze gedachte aan een herverdeling van alle rijkdom? Ik heb mijn twijfels. Onze infrastructuur en onze samenleving is niet gebouwd op rotsgrond maar op zand. Het zand van de tijd en het geld. Hetzelfde zand als dat van de financiële wereld. Dijkverhogingen helpen niet tegen vloedgolven, en ook niet tegen het instorten van het systeem. Geef wijsheid, dat kunnen we enkel nog hopen.

John Hacking
9 januari 2017

  • Safranski, Rüdiger, Zeit. Was sie mit uns macht und was wir aus ihr machen, München 2015 (Carl Hanser Verlag)
  • Mbembe, Achille, Kritiek van de zwarte rede, Amsterdam 2015, (Boom)
  • Hermsen, Joke J., Kairos. Een nieuwe bevlogenheid, Amsterdam Antwerpen 201 (Uitgeverij de Arbeiderspers)

1988-gebeuren4

Advertisements

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s