Overweging 13 november 2016

Gelezen Exodus 3,1-14 en Lucas 20, 27-38

Een onverwachte ‘Messias’ is opgestaan. Weinig subtiel, weinig beschaafd en goed gebekt heeft deze ‘Messias’ voor elkaar gekregen wat niemand had gedacht. Velen hebben hun hoop op hem gevestigd. Ze verwachten werk en een toekomst. Ze hopen dat deze multimiljonair ook oog heeft voor hun armoede en achterstand. Terwijl al die andere miljonairs die het congres bevolken en de senaat dit achterwege hebben gelaten – omdat de elite alleen maar denkt aan zichzelf. Zo luidt het verwijt. Slechts weinigen profiteren van de nieuwe welvaart. We zullen zien of de beloftes worden ingewilligd want tussen iets roepen en tussen  iets waarmaken ligt soms een brede, brede, brede kloof.

“Ik zal er zijn”, heeft mij tot jullie gezonden, moet Mozes antwoorden als het volk van Israël vraagt naar de naam van Hem die Mozes gezonden heeft. “Die er zal zijn”, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izaak  en de God van Jakob, dit is mijn naam voor eeuwig… In de tekst uit Exodus, een sleuteltekst, omdat hier Gods naam wordt bekend gemaakt, staat die naam in vele varianten. Als we over God als God spreken – is dat eigenlijk al een abstractie, een samenvatting die eigenlijk geen recht doet aan de brede en diepe betekenis van de godsnamen uit de bijbel. Een accentje boven een letter kan al een verschil maken. Maar dit terzijde. Daarover gaat het vandaag niet.

In de Talmoed wordt gezegd dat God via een truukje Mozes weet te lokken. Anders wijkt hij niet van zijn weg af. De Ene ziet hem naderbij komen en denkt: Ha, ik heb je! Hij roept Mozes: 2 keer! Alles wat 2 keer wordt gezegd krijgt  in de bijbel extra betekenis – nu weet je zeker – jij bent gevraagd. “Hineni”, “Hier ben ik” – net zoals Abraham en vele anderen dit hebben gezegd. Hier ben ik, een en al oor, een en al bereid. Mozes beseft dat hier iets bijzonders plaatsvindt: God wijst hem erop – schoenen uit, want dit is een geheiligd moment – deze ontmoeting. Mozes verbergt zijn gezicht en God laat zijn gezicht zien. God laat horen dat hij weet heeft van de ellende van zijn volk. Hij ziet, hij hoort, hij kent, hij daalt af en hij voert uit – weg uit de ellende. Niet hij zelf maar Mozes gaat het doen! Daar staat die van te kijken.

Hoezo ik? Wie ben ik nou? Maar God antwoordt: omdat ik met jou zal zijn! En het teken dat ik je gezonden heb is: Als je het volk hebt uitgeleid – zullen jullie God dienen op deze berg Horeb. Als je goed leest staat er eigenlijk: Mozes, jongen toch, je zult het pas weten als je het hebt gedaan wat ik je opdraag! Mozes blijft tegensputteren want hier wil hij natuurlijk niet aan. Dan onthult God zijn naam: allemaal varianten op “ik zal er zijn”. En dat hij de God is van Abraham, de God van Izaak en de God van Jakob. Waarom drie keer deze herhaling? Omdat hij voor elk van hen God is op een persoonlijke manier – alle drie hebben ze dit anders ervaren. Dat geldt dus ook voor ons: mijn en jouw God is in naam dan wel dezelfde, mijn ervaring met God, met mijn God, met mijn “ik zal er zijn” is persoonlijk en gekleurd. We kunnen met elkaar delen, uitwisselen, maar het blijft mijn relatie.

Dat zien we ook terug bij Jezus. Hoe ironisch dit verhaal. Sadduceeën die helemaal niet in de opstanding geloven stellen Jezus op de proef met een vraag over de opstanding. En de wijze waarop, het is bijna absurd, net zo absurd sommige uitspraken van de Amerikaanse ‘Messias’ in de voorverkiezingen bv. over een muur tussen Mexico en de VS bijvoorbeeld. Als die er komt kost dat zeker 25 miljard dollar en wie gaat dat betalen? De Sadduceeën beroepen zich op Mozes want ze baseren zich op de Tora. Jezus brengt daar een tegenargument tegen in: als wij zijn opgestaan uit de dood zijn we zonen en dochters van God, aan engelen gelijk. Want ook Mozes heeft aangeduid dat God een God is van levenden en niet van doden. Ik heb dat laatste niet echt letterlijk kunnen lezen in ons citaat uit Exodus. Maar ik vermoed dat Jezus dit concludeert uit het hele verhaal over Mozes – Met name hoe God heet – hoe Hij zich bekend maakt: “Ik die er zal zijn”, – de garantie is voor het feit dat Hij er zal zijn voor ons – als wij uitverkoren zijn, als we tot de gelukkigen behoren die opstaan uit de dood. De naam van God – JHWH – Adonai – wordt uit respect niet uitgesproken. Vandaar misschien die omtrekkende beweging van Jezus in zijn argumentatie. Wie zal het zeggen, we kunnen het hem niet meer vragen.

Wat is nou de kern uit onze verhalen? Wat kunnen wij ermee in onze wereld? In de Japanse cultuur zichtbaar in poëzie en kunst geldt deze regel: De zichtbare wereld en de wereld van de objecten wordt niet onderscheiden van de wereld van het transcendente. Er zijn geen 2 werelden, er is er slechts 1. De kunstenaar drukt met zijn werk die wereld uit: door zijn schildering laat hij de transcendente wereld zien zoals hij die ervaart en zoals die door hem heengaat. Wat je dus ziet is een landschap waarin het transcendente aanwezig is als je goed kijkt. Niet alles is ingevuld, er is veel leegte en in die leegte komt het transcendente ter sprake – of kan het ter sprake komen. Daarom spreken mij deze landschappen ontzettend aan. Het transcendente is er als een soort van omhelzing – om jou heen.

In de bijbel gebeurt eigenlijk hetzelfde. Maar nu helpt de taal en laten de auteurs God zelf aan het woord – zo komt het transcendente tot spreken. Ook een vorm van omhelzing – als je er open voor durft te staan! Maar wat zegt die God dan? Hij zegt “ik zal met je zijn”.  Wat doet Jezus: hij is met de mensen die hij tegenkomt. Zijn project bestaat er niet uit om allen te redden, te genezen, te helpen. Zijn wonderen zijn exemplarisch. Het wonder is eigenlijk niet de genezing, maar het feit dat hij laat zien dat hij met iemand is die een beroep op hem doet. Dat leidt tot iets wonderbaarlijks, een genezing van verlamdheid, blindheid. Genezen kun je weer zien, kun je weer lopen, tel je weer mee – omdat er iemand was die bij je was, die jouw je waardigheid teruggaf. Dus Christendom, dus onze roeping als christen, bestaat in de eerste plaats niet om projecten op te zetten en te volbrengen, op aan iets te werken, maar om bij mensen te zijn die dat nodig hebben. Als wij bij mensen zijn, als wij uit onze comfortzone durven treden, komt God aan het licht – schijnt de transcendente werkelijkheid doorheen ons handelen. Als wij omhelzen, omhelst de transcendente werkelijkheid ons … Zo eenvoudig is het dus: bij elkaar zijn, voor elkaar zijn. Niet elkaar wegzetten, verdoemen, in het verdomhoekje zetten als minderwaardig. Niet spreken zoals de Amerikaanse ‘Messias’ van zich liet horen toen hij er nog niet was in de race om het presidentschap. God pakt het slim aan. Wij zien Hem zelf niet live, niet in levende lijve. Dat zou ook niet kunnen, we zouden het niet aankunnen. Maar we kunnen Hem wel zichtbaar maken in deze wereld, doorheen deze wereld, via ons handelen. Door onze omhelzingen – als ze van binnen uit komen en oprecht zijn. Zoals God, zoals Jezus met ons is, met ons wil zijn, dat ook proberen. Veel succes! Veel inspiratie! Veel doorzettingsvermogen in deze tijd en deze wereld! Daarom wens ik ons een vurig hart: veel vuur in ons hart –  vuur dat niet dooft en niet verbrandt zoals vanuit de doornstruik.

John Hacking

13 november 2016

colorlandscape

Advertenties

Auteur: john hacking

landscape-painter - University Chaplain Radboud University Nijmegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s